ECLI:NL:RBNNE:2026:1895
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- W.B. Jongsma
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens onvoldoende zichtbaarheid kenteken door trekhaak
Betrokkene kreeg een boete van €189 opgelegd wegens het niet behoorlijk zichtbaar zijn van het kenteken op zijn voertuig, vastgesteld op 4 oktober 2024. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 23 april 2026 voerde betrokkene aan dat het kenteken vanuit een normale positie goed leesbaar was en dat de trekhaak op standaardpositie geen significante belemmering vormde. Hij stelde dat eerdere boetes bewezen dat flitspalen het kenteken konden lezen en dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende bewijs was. Ook wees hij op het ontbreken van eerdere waarschuwingen en ontkende opzet.
De kantonrechter oordeelde dat het zicht op de middelste twee karakters van het kenteken deels werd geblokkeerd door de trekhaak, wat niet voldoet aan de strenge jurisprudentie dat het kenteken volledig zichtbaar moet zijn vanaf twintig meter. De foto in het dossier bevestigde deze belemmering. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onvoldoende zichtbaarheid van het kenteken door de trekhaak wordt ongegrond verklaard.