Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1877

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11825937 BU VERZ 25-1786
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 30 december 2024. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment in de garage stond voor tachograafijking en dat hij niet de bestuurder was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de enkele stelling dat het voertuig in de garage stond onvoldoende bewijs is. De verbalisant had het voertuig langzaam voorbij zien rijden en zag duidelijk dat de bestuurder een mobiel apparaat vasthield. Omdat de ambtenaar in privétijd was en geen mogelijkheid had tot staandehouding, mocht de boete op kenteken worden opgelegd.

De kantonrechter vond geen reden om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen en achtte het niet relevant of betrokkene zelf de bestuurder was, aangezien ook een andere persoon het voertuig had kunnen besturen. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271163139
zaaknummer: 11825937 BU VERZ 25-1786
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 30 december 2024, om 09:44 uur, op de Papierbaan in Winschoten, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert, onder verwijzing naar een factuur, aan dat het voertuig ten tijde van de gedraging in de garage was om de tachograaf te ijken. Het voertuig is op 27 december 2024 bij de garage ingeleverd en betrokkene heeft het voertuig teruggekregen op 31 december om 12:44 uur. De boete is gebaseerd op een waarneming door een ambtenaar in privétijd in een privéauto, zonder objectief bewijs of de mogelijkheid tot staandehouding.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. [1]
6. De verbalisant geeft in het zaakoverzicht aan dat betrokkene niet is staande gehouden, omdat de ambtenaar in privétijd was in zijn privévoertuig, zonder stoptransparanten. Hij had daarom geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. In dit geval mocht de ambtenaar daarom op kenteken bekeuren.
7. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. De verbalisant verklaart dat het voertuig langzaam voorbij reed terwijl de verbalisant hem voorrang moest verlenen. Hierbij had hij duidelijk zicht in de cabine en zag hij dat de bestuurder een mobiele telefoon vast had in de rechterhand. De enkele stelling dat het voertuig bij de garage stond, is onvoldoende. Daarnaast is het niet relevant of betrokkene daadwerkelijk zelf de bestuurder was. Misschien heeft er iemand anders in het voertuig gereden, bijvoorbeeld voor een testrit. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. De boete is terecht opgelegd.
8. Ten slotte ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 5 van Pro de Wahv.