Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het (verdere) verloop van de procedure
- de beschikking van deze rechtbank van 4 mei 2026;
- de beschikking van deze rechtbank van 8 mei 2026.
2.De feiten
3.De beoordeling
- De schorsing van de moeder in het gezag leidt tot een voorlopige voogdijmaatregel die maximaal drie maanden kan duren. De schorsing is ingegaan op 8 mei 2026 en eindigt daarom, voor zover die niet eerder door de (kinder)rechter wordt beëindigd, op 8 augustus 2026. Wanneer de Raad meent dat de schorsing langer moet duren, dient hij voor 8 augustus 2026 een definitieve voorziening in het gezag te verzoeken.
- Wanneer dat verzoek niet wordt gedaan en de (kinder)rechter de schorsing niet eerder beëindigt, eindigt de schorsing van rechtswege op 8 augustus 2026. Als ook nadien kinderbeschermingsmaatregelen moeten worden genomen, dient voor die tijd de definitieve ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te worden verzocht.