De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 mei 2026 een beschikking gegeven waarin het gezag van de moeder over haar zevenjarige zoon wordt geschorst. Dit volgt op aanwijzingen dat de moeder een sturende en organiserende rol heeft gespeeld in ernstige mishandeling van een ander kind, waarbij ook haar eigen kind zowel getuige als slachtoffer is geworden van geweld en vernedering.
De moeder onderhield een intensieve relatie met een vriendin, wiens dochter langdurig en ernstig werd mishandeld in de woning van de moeder. De mishandelingen bestonden onder meer uit opsluiting in de kelder, vastbinden met kabelbinders, onthouden van eten, fysieke straffen en vernederingen. De moeder gaf aanwijzingen en controleerde het leven van de vriendin, onder meer via digitale middelen en financiële afhankelijkheid.
De zoon van de moeder verbleef in dezelfde woning en was getuige van deze mishandelingen en werd ook zelf fysiek gestraft. De Raad voor de Kinderbescherming concludeerde dat de ontwikkeling van het kind ernstig en acuut wordt bedreigd. Daarom zijn spoedmaatregelen getroffen, waaronder schorsing van het gezag en voorlopige voogdij toegewezen aan de gecertificeerde instelling.
De rechtbank acht deze maatregelen noodzakelijk en proportioneel om de veiligheid van het kind te waarborgen en het uitvoeren van forensisch medisch onderzoek en behandeling mogelijk te maken. De schorsing geldt voorlopig tot 8 augustus 2026, met mogelijkheid tot verlenging. Er is een vervolgprocedure gepland voor 10 juni 2026.