ECLI:NL:RBNNE:2026:1713
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij terugvordering bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen om bijstand terug te vorderen en de uitkering te beëindigen. Het college had besloten de bijstandsuitkering met ingang van 1 januari 2026 te beëindigen en het recht op uitkering terug te draaien vanaf 22 maart 2022 tot en met 31 december 2025, met een terugvordering van € 83.770,97.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoeker stelde dat het terugvorderen van het substantiële bedrag ernstige en onomkeerbare financiële gevolgen zou hebben en dat hij niet over de middelen beschikte om dit bedrag snel terug te betalen.
De rechter concludeerde echter dat het college nog contact zal opnemen over de terugbetaling en dat er volgens het gemeentelijk beleid uitstel van betaling kan worden gevraagd, waarbij invordering wordt opgeschort tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Er waren geen invorderingsmaatregelen genomen die tot onomkeerbare gevolgen zouden leiden. Verzoeker kan na bezwaar een passende betalingsregeling aanvragen.
Daarom is geen sprake van een spoedeisend belang en kan verzoeker wachten op de beslissing op bezwaar. Het verzoek om voorlopige voorziening is dan ook kennelijk ongegrond en is afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.