Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1710

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
18-004280-21
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met 20 maanden wegens lichte verstandelijke beperking en recidiverisico

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 april 2026 besloten de PIJ-maatregel van de veroordeelde te verlengen met 20 maanden. De maatregel was eerder opgelegd wegens afpersing, poging tot afpersing en mishandeling en is sinds 30 mei 2024 in uitvoering. Het behandelteam van de inrichting adviseerde verlenging vanwege de lichte verstandelijke beperking van de veroordeelde en de noodzaak van een gestructureerde aanpak.

De veroordeelde verblijft op een afdeling voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking en bijkomende problematiek, waar hij baat heeft bij duidelijke afspraken en voorspelbaarheid. Hoewel hij positieve ontwikkelingen toont, zijn de lange termijndoelen nog niet bereikt. Het behandelteam benadrukt het belang van een rustige, stapsgewijze resocialisatie om overvraging en agressie te voorkomen.

Tijdens de zitting lichtte de deskundige het advies toe en gaf aan dat begeleid en onbegeleid verlof, gevolgd door een scholings- en trainingsprogramma, nog ongeveer twintig maanden in beslag zullen nemen. De veroordeelde is intrinsiek gemotiveerd en heeft spijt van zijn delicten. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en het bevorderen van de ontwikkeling van de veroordeelde.

De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben geen bezwaar gemaakt tegen de verlenging. De rechtbank stelt vast dat de PIJ-maatregel, die maximaal zeven jaar kan duren, met 20 maanden kan worden verlengd. De maatregel zal naar verwachting op 14 december 2027 voorwaardelijk eindigen en op 14 december 2028 onvoorwaardelijk. De vordering van de officier van justitie wordt toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel van de veroordeelde met 20 maanden tot uiterlijk december 2028.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer 18-004280-21
Beslissing van de meervoudige strafkamer van 16 april 2026 in de rechtbank Noord-Nederland
in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [instelling] .
hierna te noemen: de veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: de PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met 20 maanden.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2026, waarbij aanwezig waren:
  • de veroordeelde;
  • de raadsvrouw mr. H.M. Terpstra;
  • de officier van justitie mr. S.G. Broekstra;
  • mevrouw J.S. van der Spek (forensisch gedragswetenschapper bij de [instelling] ), als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het (plaatsvervangend) hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies van 27 februari 2026 van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde is geplaatst en de perspectiefplannen.

Motivering

De opgelegde maatregel
Bij vonnis van 10 juni 2022 heeft deze rechtbank de veroordeelde een voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd wegens afpersing, poging tot afpersing en mishandeling. Bij vonnis van 30 mei 2024 heeft deze rechtbank de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel gelast. De maatregel is aangevangen op 30 mei 2024.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met 20 maanden. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Bij de veroordeelde is sprake van een licht verstandelijke beperking en een ander gespecificeerde stoornis. Binnen de JJI verblijft de veroordeelde op een afdeling voor jongeren met een licht verstandelijke beperking en bijkomende problematiek. De aanpak op die afdeling kenmerkt zich door duidelijkheid, structuur en het zetten van kleine stapjes met veel winstmomenten. De veroordeelde komt het best tot zijn recht wanneer informatie in overzichtelijke stappen wordt aangeboden aan hem en hij voldoende tijd heeft om na te denken. Hij is vooral gebaat bij duidelijke afspraken, voorspelbaarheid en stapsgewijs leren. De veroordeelde profiteert van de externe structuur die hem op de afdeling geboden wordt en in het vervolg van zijn resocialisatietraject moet daarop worden geanticipeerd.
In de afgelopen periode heeft de veroordeelde een voorzichtige maar positieve ontwikkeling laten zien. Zo lukt het hem steeds beter om interne spanningen aan te voelen. De lange termijndoelen, zoals het bezitten van meerdere sociale vaardigheden, zijn nog niet behaald. In de komende periode is het dan ook van belang om de positieve ontwikkeling vast te houden, te oefenen met de volgende tussenstappen en de ondersteuning daarop af te stemmen zodat hij zich in een realistisch tempo kan ontwikkelen. Op dit moment loopt een aanvraag voor begeleide verlofstatus. Door middel van de uitbreiding van de verlofgang zal blijken in hoeverre de veroordeelde in staat is om de aangeleerde vaardigheden toe te passen. Om prikkels, belasting en overvraging te voorkomen en de kans op agressie en impulsiviteit te verkleinen, zullen de vervolgstappen voorzichtig moeten worden genomen. De veroordeelde is vooral intrinsiek gemotiveerd. Hij heeft spijt van de gepleegde delicten en wil graag een beter mens worden. Er wordt dan ook weinig weerstand gemerkt tegen de behandelingen.
Binnen het huidige kader van de PIJ-maatregel wordt het risico op recidive ingeschat als matig. Indien alle kaders wegvallen en de veroordeelde op zichzelf is aangewezen, wordt de kans op recidive echter ingeschat als hoog. De verwachting is dat hij in dat geval overvraagd wordt waardoor interne spanningen oplopen en de kans op agressie en impulsief gedrag toeneemt. Door middel van therapieën en de dagelijkse behandeling op de groep wordt gewerkt aan het verminderen van het recidiverisico. Bij een goed verloop daarvan wordt verwacht dat de veroordeelde op zijn vroegst eind 2027 in aanmerking komt voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Daarvoor zullen nog de nodige stappen gezet moeten worden die onder meer bestaan uit het begeleid en onbegeleid verlof en het Scholings- en Trainingsprogramma (hierna: het STP). Rekening houdend met de tijdsduur van voornoemde stappen, de
eventuele extra tijd die daarbij nodig is vanwege de licht verstandelijke beperking van de veroordeelde en de eventuele wachtlijsten bij een uitstroom, is het advies om de PIJ-maatregel met 20 maanden te verlengen. Om overvraging te voorkomen is het vooral van belang dat in kleine en gestructureerde stappen wordt toegewerkt naar resocialisatie en dat tijdsdruk daarbij zo veel mogelijk wordt beperkt.
De deskundige J.S. van der Spek heeft tijdens de zitting van 16 april 2026 het advies nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven in:
Sinds de veroordeelde op de afdeling voor jongeren met een licht verstandelijke beperking verblijft, zijn de incidenten afgenomen. De veroordeelde is gebaat bij structuur. In maart is de verlofstatus toegekend aan de veroordeelde en hij is sindsdien drie keer op begeleid verlof geweest. De verloven zijn goed verlopen en de veroordeelde houdt zich aan de afspraken. Het begeleid verlof zal ongeveer zes maanden duren en als dat goed gaat kan het onbegeleid verlof starten. De verwachting is dat het onbegeleid verlof ongeveer negen maanden zal duren en bij goed verloop daarvan kan daarna het STP starten. Het STP zal ongeveer zes maanden duren. In verband met de wachtlijsten zijn we al opzoek naar een woonvorm in de buurt van zijn familie voor tijdens het STP. Omdat de veroordeelde snel overvraagd is, is het van belang om vervolgstappen stapsgewijs te zetten en in een rustig tempo.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel met 20 maanden.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de PIJ-maatregel met 20 maanden.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in het onderliggende vonnis vast dat de PIJ-maatregel niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden, voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaren niet te boven gaat.
Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd. Verlenging van de PIJ-maatregel is daarnaast in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het advies en de ter zitting gegeven toelichting blijkt dat het begeleid verlof, het onbegeleid verlof en het STP naar verwachting nog twintig maanden zullen duren, waarna een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel in zicht kan komen. Uit het advies en de ter zitting gegeven toelichting blijkt verder dat het belangrijk is dat voornoemde vervolgstappen rustig en gestructureerd worden gezet waarbij tijdsdruk zo veel mogelijk wordt beperkt. Op die manier kan overvraging van de veroordeelde worden voorkomen en heeft hij de ruimte om de positieve ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt voort te zetten. De rechtbank zal de PIJ-maatregel van de veroordeelde daarom, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met 20 maanden verlengen.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, stelt de rechtbank vast dat, behoudens verdere verlenging, de PIJ-maatregel op 14 december 2027 voorwaardelijk zal eindigen en op 14 december 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van de veroordeelde met 20 maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M. Brinksma en mr. C.A.M. Veenbaas, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en direct uitgesproken ter terechtzitting op 16 april 2026.
Mr. M. Brinksma en mr. M.A. Toussaint zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.