Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1709

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
18-085749-22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvArt. 6:6:32 lid 3 sub a SvArt. 77t SrArt. 1 Wet op de identificatieplichtArt. 1.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel met bijzondere voorwaarden na positieve ontwikkeling jeugdige

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 april 2026 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel en het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van deze maatregel.

De veroordeelde, geboren in 2005, kreeg de PIJ-maatregel opgelegd wegens poging tot doodslag en afpersing. Sinds de oplegging in oktober 2022 is de maatregel meerdere malen verlengd. Uit het advies van de inrichting, het behandelteam, de reclassering en de deskundigen blijkt een positieve gedragsontwikkeling, met afname van normoverschrijdend gedrag en externaliserend gedrag. De veroordeelde heeft diverse therapieën succesvol afgerond en toont motivatie en inzet.

De reclassering en deskundigen adviseren de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen onder strikte voorwaarden, waaronder behandeling, reclasseringstoezicht, begeleid wonen, verbod op middelengebruik en dagbesteding. De rechtbank volgt dit advies en wijst de verlengingsvordering af, waardoor de maatregel per direct voorwaardelijk eindigt voor de duur van een jaar met vastgestelde bijzondere voorwaarden.

De voorwaarden zijn gericht op het waarborgen van de veiligheid en het bevorderen van de verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank stelt vast dat de maatregel, behoudens verlenging, op 16 april 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.

Uitkomst: De PIJ-maatregel wordt niet verlengd en gaat per direct voorwaardelijk eindigen met vastgestelde bijzondere voorwaarden voor de duur van een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer 18-085749-22
Beslissing van de meervoudige strafkamer van 16 april 2026 in de rechtbank Noord-Nederland
in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna te noemen: de veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat (I) de rechtbank de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) van de veroordeelde zal verlengen met 6 maanden en dat (II) de rechtbank de vaststelling van bijzondere voorwaarden zal bevelen.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2026, waarbij aanwezig waren:
  • de veroordeelde;
  • de raadsman mr. T. van der Goot;
  • de officier van justitie mr. S.G. Broekstra;
  • mevrouw F. Rijkse (gedragswetenschapper bij de [instelling] ), als deskundige;
  • mevrouw [reclasseringsmedewerker] (reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland), als
deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het (plaatsvervangend) hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies van 16 februari 2026, van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde is geplaatst, het reclasseringsadvies van 24 maart 2026 en de perspectiefplannen.

Motivering

De opgelegde maatregel
Bij vonnis van 20 oktober 2022 heeft deze rechtbank de veroordeelde wegens poging tot doodslag, afpersing en poging tot afpersing de PIJ-maatregel opgelegd. De maatregel is aangevangen op 28 oktober 2022 en voor het laatst bij beslissing van 31 oktober 2024 verlengd met 18 maanden.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
In vergelijking met eerder verrichte diagnostiek is bij de veroordeelde sprake van een positieve ontwikkeling. Zo zijn de ernst en de frequentie van de normoverschrijdende gedragsstoornis en externaliserend gedrag aanzienlijk afgenomen. Sinds de vorige verlengingszitting in oktober 2024 heeft de veroordeelde onder meer psychomotorische therapie, Multi Dimensionele Familie Therapie en EMDR positief afgerond. Daarbij heeft de veroordeelde een positieve ontwikkeling laten zien. Zo stelde hij zich opener op richting het behandelteam, was er minder sprake van (verbaal) geweld en nam zijn motivatie voor behandeling toe. De veroordeelde is zowel intrinsiek als extrinsiek gemotiveerd voor behandeling.
Enerzijds wil hij graag zijn traject succesvol doorlopen en anderzijds wil hij graag meer vrijheden verwerven. Verder is positief dat de veroordeelde meer initiatief neemt in zijn eigen behandelproces, dat hij het belang van behandeling inziet en dat hij openstaat voor verdere ondersteuning. De onderliggende problematiek rondom het adoptieverleden van de veroordeelde blijft kwetsbaar, ondanks dat hij vaardigheden heeft ontwikkeld om zijn emoties beter te reguleren. De verwachting is echter wel dat de veroordeelde door de therapieën steeds beter in staat zal zijn om zijn emoties te begrijpen en reacties te sturen. Sinds augustus 2024 is de veroordeelde gestart met begeleide en onbegeleide verloven. De verloven zijn goed verlopen doordat de veroordeelde zich heeft gehouden aan de afspraken, de verlofplanning en de belmomenten. Het Scholings- en Trainingsprogramma (hierna: het STP) is in november 2025 gestart en sindsdien woont de veroordeelde bij de woonvorm [instelling] in [plaats] . Bij
die woonvorm wordt stapsgewijs toegewerkt naar meer zelfstandigheid. Binnen het kader van de JJI wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Tijdens het STP wordt het risico als matig ingeschat, omdat de veroordeelde daar, in vergelijking met de JJI, meer in contact kan komen met anderen. Het contact met anderen vergroot de kans op negatieve confrontaties met zijn adoptieverleden. Om het recidiverisico te beheersen zal de veroordeelde tijdens het STP therapie blijven volgen die enerzijds is gericht op het aanpakken van risicofactoren en anderzijds op het versterken van zijn copingvaardigheden. Tot op heden verloopt die therapie goed. De veroordeelde komt zijn afspraken na, hij stelt zich open voor de therapie en hij deelt wat er in hem omgaat. Uit het tot nu toe doorlopen STP-traject blijkt dat het de veroordeelde lukt om de vaardigheden die hij binnen de PIJ-maatregel heeft aangeleerd toe te passen binnen een minder gestructureerde omgeving. Hoewel hij niet uit zichzelf actief om hulp vraagt, lukt het hem wel om zijn gedachten en gevoelens met het behandelteam te bespreken en zijn emoties op een adequate manier te reguleren. Op dit moment hebben de betrokken partijen voldoende zicht op het functioneren en het verblijf van de veroordeelde en de reclassering is betrokken. Indien de veroordeelde de positieve ontwikkeling doorzet en het STP-traject goed doorloopt, wordt geadviseerd de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen.
De deskundige F. Rijkse heeft tijdens de zitting van 16 april 2026 het advies nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Sinds de vorige verlengingszitting in oktober 2024 heeft de veroordeelde een mooie en positieve ontwikkeling doorgemaakt. De therapieën zijn positief afgerond en de verloven zijn goed doorlopen. Ook binnen het STP heeft hij de positieve lijn doorgezet en heeft hij laten zien dat hij de aangeleerde vaardigheden kan toepassen. De veroordeelde is afsprakentrouw, houdt zich aan voorwaarden en laat zich ook sturen. Hoewel de problematiek rondom zijn adoptieverleden kwetsbaar blijft en er nog dingen zijn waar de veroordeelde op moet focussen, is de JJI van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel heel verantwoord en passend is.
In het reclasseringsadvies wordt eveneens geadviseerd de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. In het advies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Sinds november 2025 verblijft de veroordeelde bij de wooninstelling [instelling] in [plaats] waar hij zijn positieve gedragsverandering doorzet. Tot op heden heeft hij zich gehouden aan de voorwaarden van de reclassering en aan de woonregels van [instelling] . De opbouw van het ambulant behandelcontact met de forensische psychiatrische polikliniek de Waag verloopt goed. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld tot laag. Er zijn geen signalen die wijzen op een toename in het recidiverisico. De ondersteuning die de veroordeelde krijgt van de Waag en [instelling] dragen bij aan het voorkomen van de voornaamste delictfactoren. Naar inschatting van de reclassering is de veroordeelde klaar voor een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel onder de voorwaarden van het meewerken aan
reclasseringstoezicht, het volgen van een ambulante behandeling, het begeleid wonen, een verbod op het middelengebruik, het hebben van dagbesteding, het geven van inzicht in de financiën en in het sociaal netwerk en het niet naar het buitenland gaan zonder toestemming.
De deskundige [reclasseringsmedewerker] heeft tijdens de terechtzitting van 16 april 2026 het advies nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
De reclassering schat in dat de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel positief zal verlopen. De voorwaarden die tijdens de voorwaardelijke beëindiging zullen gelden, komen grotendeels overeen met de voorwaarden die al tijdens het STP golden en waaraan de veroordeelde zich goed heeft gehouden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering tot verlenging af te wijzen en de vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden toe te wijzen.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot verlenging dient te worden afgewezen, zodat de PIJ-maatregel voorwaardelijk wordt beëindigd. De vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden kan worden toegewezen. De veroordeelde gaat akkoord met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van de inhoud van voormelde adviezen, de door de deskundigen gegeven toelichtingen en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde, niet langer meer eisen dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd. Daartoe overweegt de rechtbank dat de eerder vastgestelde normoverschrijdende gedragsstoornis en het externaliserend gedrag aanzienlijk zijn afgenomen en dat het risico op recidive wordt ingeschat als matig dan wel als laag. Daarnaast geldt dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, die hij ook heeft weten vast te houden tijdens het STP. Hij heeft laten zien dat hij in staat is om aangeleerde vaardigheden toe te passen in een minder gestructureerde omgeving. Gelet op het voorgaande is de rechtbank met de betrokken partijen van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel een passende en verantwoorde vervolgstap is. De rechtbank zal de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel dan ook afwijzen, zodat de PIJ-maatregel van rechtswege voorwaardelijk eindigt.
Bij een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel gelden van rechtswege op grond van artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht de hierna te noemen algemene voorwaarden. Daarnaast zal de rechtbank op grond van artikel 6:6:32 lid 3 sub a van Pro het Wetboek van Strafvordering de door de reclassering
geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen. Daarmee wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot het stellen van bijzondere voorwaarden toe. De veroordeelde heeft ter zitting ingestemd met de geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, stelt de rechtbank vast dat, behoudens verdere verlenging, de PIJ-maatregel op 16 april 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, zodat van rechtswege de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel met ingang van heden voor de duur van een jaar gaat lopen;
De rechtbank wijst toe de vordering van de officier van justitie tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor
jeugdigen, in die zin dat deze voorwaarden als volgt komen te luiden.
Stelt als algemene voorwaarden:
- dat de veroordeelde zich tijdens de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maakt aan een strafbaar
feit;
- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het
nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en medewerking verleent aan het toezicht door de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet dan wel van een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14c lid 6 van het Wetboek van Strafrecht.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde meewerkt aan het reclasseringstoezicht van Reclassering Nederland. Deze medewerking houdt onder andere in:
dat de veroordeelde zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
dat de veroordeelde een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit;
dat de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
dat de veroordeelde aan de reclassering een actuele foto overlegt waarop zijn gezicht herkenbaar is, voor de opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
dat de veroordeelde meewerkt aan huisbezoeken;
dat de veroordeelde aan de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
dat de veroordeelde zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
dat de veroordeelde meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, indien en voor zover dat van belang is voor het toezicht.
- dat de veroordeelde zich laat behandelen door de forensische psychiatrische polikliniek de Waag in
[plaats] of een soortgelijke zorgverlener, zulks ter beoordeling van de reclassering. De behandeling is gericht op het verder ontwikkelen van copingvaardigheden en emotieregulatie. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling;
- dat de veroordeelde zal verblijven in wooninstelling [instelling] in [plaats] of een andere instelling voor
begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang, zulks ter beoordeling van de reclassering. Het verblijf duurt zo lang als de reclassering dit nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;
- dat de veroordeelde geen alcohol drinkt en geen verdovende middelen (lijsten I, IA en II van de
Opiumwet) gebruikt, tenzij de reclassering in afstemming met de zorgverleners daar toestemming voor geeft. Ter controle van het verbod werkt de veroordeelde mee aan urineonderzoek of ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- dat de veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of onbetaald werk
met een vaste structuur van minimaal 26 uur per week. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- dat de veroordeelde de reclassering en overige betrokken partijen inzicht geeft in zijn financiën en
eventuele schulden. Indien nodig werkt de veroordeelde mee aan het aflossen van zijn schulden en het
treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Het meewerken aan een vorm van budgetbeheer kan naar het oordeel van de reclassering worden ingezet;
- dat de veroordeelde naar de reclassering open is over zijn sociale netwerk en dat hij bouwt aan een pro-
sociaal netwerk;
- dat de veroordeelde niet zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland of het Caribisch
deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga en mr. C.A.M. Veenbaas, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en direct uitgesproken ter terechtzitting op 16 april 2026.
Mr. M. Brinksma en mr. M.A. Toussaint zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.