ECLI:NL:RBNNE:2026:1708
Rechtbank Noord-Nederland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand wegens oplegging voorwaardelijke geldboete
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand. Verzoeker was primair vrijgesproken, maar kreeg een voorwaardelijke geldboete opgelegd voor het subsidiair ten laste gelegde feit.
De rechtbank oordeelde dat artikel 530 Sv Pro alleen vergoeding toekent indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel. Omdat in deze zaak een voorwaardelijke geldboete werd opgelegd, is er geen recht op vergoeding van advocaatkosten. Het argument dat de rechtsbijstand alleen voor het primaire feit was ingeschakeld, maakte dit niet anders.
Ook het beroep op de uitzondering in de laatste zin van artikel 530, tweede lid, Sv werd verworpen, omdat die situatie niet van toepassing was. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wordt afgewezen wegens oplegging van een voorwaardelijke geldboete.