Betrokkene kreeg een boete van €189 opgelegd wegens het rijden met een verlicht taxibord, wat volgens de Regeling Voertuigen niet is toegestaan tijdens het rijden. Betrokkene stelde dat het taxibord alleen door een bijzondere samenloop van omstandigheden aanstond, doordat de taximeter werd uitgezet tijdens een rit met een klant, waardoor het bord onbedoeld ging branden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende was om de overtreding zonder meer vast te stellen, mede gezien het tijdsverloop van bijna twee jaar en de betwisting door betrokkene.
De kantonrechter concludeerde dat het taxibord alleen verlicht mag zijn als het voertuig stilstaat en beschikbaar is voor personenvervoer, maar dat hier sprake was van een bijzondere situatie die met een waarschuwing had kunnen worden afgedaan. Daarom werd de boete gematigd tot nul euro en werd het teveel betaalde bedrag teruggegeven.
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden via de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.