[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 april 2026.
Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. R.A. Valk, advocaat te Groningen, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Hof.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
In de zaak met parketnummer 18.049127.26
hij op of omstreeks 16 februari 2026 te Groningen een fles alcoholhoudende drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
In de zaak met parketnummer 18.003506.26
hij op of omstreeks 6 januari 2026 te Groningen een fles alcoholhoudende drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Plus, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
In de zaak met parketnummer 18.284255.25
1.
hij op of omstreeks 3 augustus 2025 te Groningen, een ASB bankpas t.n.v. [slachtoffer] , althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
hij op of omstreeks 3 augustus 2025 te Groningen één of meer geldbedra(gen) (in totaal 90,90), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen één of meer geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met een bankpas van voornoemde persoon meermaals contactloos te betalen, tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet was gerechtigd;
In de zaak met parketnummer 18.232836.25
hij op of omstreeks 30 augustus 2025 te Groningen in het besloten lokaal [adres] bij Jumbo [locatie] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 23-08-2025 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 1 jaar.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten.
Ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 18.284255.25 heeft de officier van justitie aangevoerd dat sprake is van opzetheling. Er is aangifte gedaan van een woninginbraak, waarbij een pinpas is weggenomen. Verdachte is door de politie op camerabeelden herkend, terwijl hij met die pas een aantal transacties heeft verricht. Aldus moet hij hebben geweten dat de door hem aangetroffen bankpas uit een misdrijf afkomstig was.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft alleen voor feit 1 onder parketnummer 18.284255.25 een bewijsverweer gevoerd. Hij heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van opzetheling, maar dat schuldheling wel bewezen kan worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak ten aanzien van parketnummer 18.284255.25, feit 1
De rechtbank acht feit 1 onder parketnummer 18.284255.25 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het procesdossier onvoldoende duidelijk is geworden onder welke feiten en omstandigheden verdachte de bankpas onder zich heeft gekregen. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van aangevers bankpas wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof.
Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 18.049127.26
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van het onder parketnummer 18.049127.26 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 februari 2026, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2026041669 d.d. 17 februari 2026, inhoudend als verklaring van [aangever 1] :
Plaats delict: [adres] te Groningen (Albert Heijn) Pleegdatum/tijd: Op 16 februari 2026 omstreeks 19:36 uur
Bij het uitvoeren van een zelfscancontrole bleek dat niet alle goederen waren gescand door verdachte. Ik heb meneer aangesproken over dat hij een fles port onder zijn jas had en deze was ook deels zichtbaar. Na aanspreken wilde hij deze niet afgeven. Hierna is hij weggelopen met de fles port en is daarna de poortjes gepasseerd zonder te betalen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2026, opgenomen op pagina 8 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op de camerabeelden zag ik dat het de Albert Heijn betrof. Ik zag dat de persoon uit een schap een fles drank pakte, hierna te noemen verdachte. Vervolgens zag ik dat de fles drank verdween aan de rechterkant van de jas van verdachte. Ik zag dat het personeel van Albert Heijn wijst naar de rechter binnen jaszak van verdachte. Verdachte haalt hier iets uit zijn jas, wat dit is kan ik niet zien. Vervolgens stopt verdachte dit terug in de jas en houdt verdachte zijn armen tegen zijn jas aan. Vervolgens zie ik dat verdachte de winkel verlaat zonder de fles drank te betalen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 16 februari 2026, opgenomen op pagina 11 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Op 16 februari 2026, om 19:37 uur, kregen wij een opdracht om te gaan naar de [adres] te Groningen. Ter plaatse werden wij buiten opgewacht door medewerkers van de Albert Heijn. Zij wezen naar een man aan de overkant van de weg en verklaarden dat hij de verdachte was die een fles wijn had weggenomen. Ik verbalisant herkende de verdachte zijnde: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980. Ik zag dat verdachte een fles wijn onder zijn jas had.
Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 18.003506.26
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van het onder parketnummer 18.003506.26 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 januari 2026, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2026004436 d.d. 6 januari 2026, inhoudend als verklaring van [aangever 2] :
Pleegdatum/-tijd: 6 januari 2026
Hij deed aangifte namens Plus, gevestigd aan [adres] te Groningen.
Ik zag dat verdachte een lege tas bij zich had, die naar een kant scheef hing door zwaar gewicht. Hierop vroeg ik meerdere malen of ik in de tas mocht kijken, verdachte weigerde dit en zei dat de fles al open was. Ik zag aan de fles dat deze nog gesloten en geseald was. Hierna hebben wij de camerabeelden teruggekeken en ik zag dat verdachte de fles in de tas stopt en deze niet ter betaling aanbiedt. Het volgende goed is bij de diefstal weggenomen: fles sherry.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2026, opgenomen op pagina 9 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op de camerabeelden zie ik de schappen van de Plus aan [adres] te Groningen. Onderaan het scherm zie ik de datumaanduiding 2026-01-06 en de tijdsaanduiding 08:28:42. Bij het starten van de beelden zie ik verdachte lopen bij de schappen van de flessen drank. Ik zie dat hij in zijn linkerhand een winkelmandje en een boodschappentas van de Albert Heijn vastheeft. Ik zie dat hij met zijn rechterhand reikt naar de schappen en hier een fles drank wegpakt. Ik zie dat hij deze fles in het winkelmandje legt en vervolgens in de Albert Heijn tas stopt. Ik zie dat verdachte met zijn winkelmandje bij de kassa staat. Ik zie dat verdachte, behalve een flesje bier en de inhoud van de bruine zak bij de kassa, de fles drank niet ter betaling aanbiedt. Ik zie dat een medewerker van de Plus met verdachte spreekt. Deze medewerker reikt richting de Albert Heijn tas. Verdachte loopt voorbij de kassa en pakt zijn betaalde boodschappen in.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 6 januari 2026, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Op 6 januari 2026 om 08:58 uur werd door ons op de locatie [adres] te Groningen, aangehouden als verdachte: [verdachte] , geboortedatum: [geboortedatum] 1980.
Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 18.284255.25, feit 2
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van feit 2 onder parketnummer 18.284255.25 redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 augustus 2025, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025287017 d.d. 22 oktober 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] :
Op 3 augustus 2025 omstreeks 13:00 uur ontdekte ik dat mijn tas weg was. Ik merkte op 3 augustus 2025 omstreeks 18:22 uur dat mijn portemonnee ook weg was genomen. In de tas zat ook mijn bankpas. Via mijn bankapp zag ik dat er in de tussentijd al diverse afschrijvingen/betalingen zijn gedaan met mijn pinpas.
De rechtbank begrijpt dat uit de door aangever aan de verbalisanten overgelegde fotos (p. 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025287017 d.d. 22 oktober 2025) volgt dat 14 contactloze betalingen zijn gedaan voor een totaalbedrag van
90,90.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2025, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik bekeek beelden van [cafetaria] te Groningen. Ik zag dat de beelden gefilmd waren op 3 augustus 2025, om 16:44:36 uur. Ik zag om 16:45:28 uur, dat persoon 1 in beeld kwam. Ik zag dat hij met zijn rechterhand een betaalpas aanbood bij de contactloze pinautomaat. Ik zag dat hij vervolgens met zijn rechterhand een luikje van de muur open maakte. Ik zag dat hij wegdraaide en vervolgens met zijn rechterhand nogmaals de pinpas aanbood. Ik zag dat hij vervolgens wederom eten uit het luikje wegnam en vervolgens het beeld uitliep.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2025, opgenomen op pagina 33 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik bekeek de door de McDonalds aangeleverde camerabeelden. Ik zie dat de beelden zijn van 03/08/2025 en starten om 17:37:36 uur. Om 17:51:12 uur komt verdachte in beeld. Ik zie dat verdachte een bestelling doet bij de medewerker. Ik zie dat verdachte om 17:51:31 uur een bankpas op het pinapparaat legt. Ik zie dat verdachte een bon overhandigd krijgt van de medewerker. Verdachte lijkt weg te lopen maar doet vervolgens toch nog een bestelling. Ik zie dat verdachte om 17:52:00 uur opnieuw de bankpas op het pinapparaat legt. Vervolgens overhandigt de medewerker verdachte een zakje. Ik zag op foto's van de bankapp van aangever dat er op 3 augustus 2025 om 17:40 uur twee keer geld bij de McDonalds [locatie] was afgeschreven. Dit ging om een bedrag van 7,55 euro en om een bedrag van 0,85 euro.
Omdat ik het vermoeden had dat er tijdsverschil zat in de camerabeelden van de McDonalds met de werkelijke tijd heb ik op 8 oktober 2025 gebeld met de McDonalds aan het [locatie] . [naam] vertelde aan mij dat er inderdaad tijdsverschil in de camerabeelden zit ten opzichte van de werkelijke tijd. Medewerker [naam] vertelde mij dat de tijd op de camerabeelden wel ongeveer iets van zeven, acht à tien minuten voorloopt ten opzichte van de werkelijke tijd. Daarbij wil ik ook opmerken dat tussen de start van de beelden om 17:37:36 uur en 17:57:43 er niemand op beeld staat voordat verdachte een betaling doet bij deze kassa.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2025, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik bekeek de beelden van de Primera, gelegen aan [adres] te Groningen. Op de beelden zag ik dat het beelden betroffen van 3 augustus 2025 om 17:00 uur. Om 17:03 uur zie ik, de mij ambtshalve bekende verdachte, [verdachte] , de Primera binnenlopen. Ik zie dat hij wat vraagt aan een medewerkster en dat er voor verdachte een product wordt gepakt. Ik zie vervolgens dat de medewerkster dit product aanslaat op de kassa. Daarop zie ik dat verdachte een pas richting de kassa brengt. Vervolgens zie ik dat hij het product overhandigd krijgt van de medewerkster van de Primera en wegloopt en de Primera om 17:04 uur verlaat. Bij het ophalen van de beelden heb ik kort met een medewerker van de Primera gesproken, hij verklaarde dat dit de persoon was die voor een bedrag van 2,25 euro had gepind. Verder zag ik dat de aangever meerdere screenshots had aangeleverd van betalingen welke met zijn bankpas waren gedaan.
Op een van deze screenshots zag ik een afschrijving van 2,25 euro op 3 augustus 2025 om 17:04 uur bij de Primera [adres] .
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 oktober 2025, opgenomen op pagina 50 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik heb hierbij de beelden beschreven welke zijn opgenomen bij de Primera, gelegen aan [adres] te Groningen. Daarnaast heb ik de beelden gezien van [cafetaria] en McDonalds. Op de beelden zag ik dat het alle keren dezelfde verdachte betrof en ik ambtshalve ken als: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] . Ik herken verdachte vanuit mijn werkzaamheden als hoofdagent van basisteam Groningen-Centrum, waarbij ik veelvuldig contact heb gehad met verdachte. Ik heb tijdens mijn werkzaamheden verdachte meerdere keren aangehouden, een aangifte opgenomen, meldingen afgehandeld waarbij verdachte betrokken was en ik zag hem veelvuldig tijdens de surveillance. Op 22 oktober 2025, was ik belast met het verdachte verhoor van verdachte. Ik zag tijdens het verhoor dat verdachte dezelfde persoon was als de verdachte op de beelden van de Primera en McDonalds.
De rechtbank is op basis van de processen-verbaal van aangifte en van de beschrijvingen van de camerabeelden van achtereenvolgens [cafetaria] , Primera en McDonalds, alsmede van de processen-verbaal van herkenning van verdachte op deze beelden, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de pintransacties in genoemde winkels steeds heeft verricht. De rechtbank ziet zich thans voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de overige pintransacties ook heeft verricht. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De overige transacties zijn steeds met dezelfde pas gedaan als die waarmee de drie eerder genoemde pintransacties zijn gedaan. Ook zijn met dezelfde pas van aangever de bedragen telkens binnen een korte tijdspanne van anderhalve uur na elkaar verricht, zo volgt uit het proces-verbaal van aangifte (met daarbij de fotobijlage), in en rondom het centrum van Groningen. Uit het dossier volgt dat deze feiten soortgelijk zijn aan die met betrekking tot bovenvermelde winkels en dat de werkwijze van verdachte telkens overeenkwam. Hieraan kan naar het oordeel van de rechtbank de gevolgtrekking worden verbonden dat de verdachte, naast de drie eerder genoemde gevallen, ook bij de andere winkels telkens contactloos heeft gepind ten bedrage van in totaal 90,90. De rechtbank acht derhalve het ten laste gelegde onder 18.284255.25, feit 2 in zijn geheel wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 18.232836.25
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van het onder parketnummer 18.232836.25 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 augustus 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025235125 d.d. 27 september 2025, inhoudend als verklaring van [aangever 3] :
Aan verdachte werd een verbod uitgedeeld op 23 augustus 2025 voor alle filialen van Jumbo, welke gevestigd zijn in de stad Groningen.
Ik voer mijn werkzaamheden vandaag uit bij de Jumbo gevestigd aan [adres] .
Op 30 augustus 2025 zag ik een persoon welke ik herkende als een persoon die een winkelverbod heeft opgelegd gekregen. Ik zie dat hij de winkel binnentreedt via de ingang en de toegangspoortjes voorbij gaat.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 30 augustus 2025, opgenomen op pagina 10 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Aldaar zit winkelketen Jumbo gevestigd. (...)
Op zaterdag 30 augustus 2025 kwamen wij ter plaatse bij de Jumbo op [adres] te Groningen. Aldaar werden wij opgewacht door het winkelpersoneel en begeleid naar het magazijn. Wij hoorden de beveiliger ons vertellen dat [verdachte] een verbod opgelegd had gekregen welke van kracht was vanaf 23 augustus 2025. Dit verbod zou geldig zijn voor alle winkelketens van de Jumbo van de stad Groningen.
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een winkelontzegging, opgenomen op pagina 7 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Uitgereikt aan [verdachte]
In overleg met de Politie Groningen delen wij u mede dat wij u verbieden onderstaande bedrijven, met alles wat daarbij hoort, te betreden of zich daar op te houden:
Jumbo [locatie] [adres]
Deze ontzegging zal ingang vinden d.d. 23-08-2025. Deze ontzegging zal eindigen d.d. 23-08-2026.