ECLI:NL:RBNNE:2026:1577
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis ter correctie van kennelijke fout in kort geding vonnis
In deze zaak heeft de kantonrechter op verzoek van eiser een herstelvonnis gewezen ter correctie van een kennelijke fout in het vonnis van 4 maart 2026. De fout betrof een onjuiste vermelding in rechtsoverweging 5.1 van het dictum, waarin abusievelijk eiser werd veroordeeld in plaats van gedaagde.
Naar aanleiding van een gezamenlijk verzoek van partijen, waarbij gedaagde instemde met de verbetering, heeft de kantonrechter geoordeeld dat de fout eenvoudig te herstellen is. De wijziging betreft uitsluitend de correctie van de naam in het dictum, zonder inhoudelijke wijziging van de uitspraak.
De kantonrechter heeft daarom bepaald dat in het vonnis van 4 maart 2026 de naam in r.o. 5.1 wordt gewijzigd van eiser naar gedaagde. Deze verbetering wordt op de minuut van het oorspronkelijke vonnis vermeld met de datum 6 maart 2026. Het herstelvonnis is in het openbaar uitgesproken door mr. T.K. Hoogslag.
Uitkomst: De kennelijke fout in het vonnis van 4 maart 2026 is hersteld door de juiste partij als veroordeelde te benoemen.