Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1547

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
18-011772-26
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 38m SrArt. 38n SrArt. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging ISD-maatregel voor veelpleger na diefstal uit supermarkt

Op 12 januari 2026 heeft verdachte drie halve liters bier gestolen uit een supermarkt in Ter Apel. Verdachte, een veelpleger met een strafblad van negen onherroepelijke veroordelingen in vijf jaar, werd ter terechtzitting op 2 april 2026 gehoord en bekende het feit.

De rechtbank acht het bewezen dat verdachte de diefstal heeft gepleegd met het oogmerk het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft geen strafuitsluitingsgronden aangevoerd. De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar, terwijl de verdediging primair afwijzing bepleitte en subsidiair tussentijdse beoordeling na één jaar vroeg.

De rechtbank nam het reclasseringsadvies en de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, waaronder zijn verslaving, gebrek aan vaste woonplaats, taalbarrière en vermoedelijke psychische problemen. Gezien het hoge recidiverisico en het falen van eerdere interventies, oordeelde de rechtbank dat de ISD-maatregel passend en noodzakelijk is.

De rechtbank wees het verzoek tot tussentijdse beoordeling af, stellende dat de verdediging dit zelf kan aanvragen. De ISD-maatregel wordt opgelegd voor de duur van twee jaren zonder aftrek van voorarrest.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 16 april 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor diefstal en krijgt een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer: 18-011772-26
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats,
thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 april 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Staal-Olislaegers, advocaat te Winschoten. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door
mr. N. Hof.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 januari 2026 te Ter Apel, gemeente Westerwolde 3 halve liters Heineken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [supermarkt] Ter Apel, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ten aanzien van de bewezenverklaring zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 januari 2026, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met registratienummer PL0100-2026010171
d.d. 12 januari 2026, inhoudend de verklaring van [naam] die aangifte heeft gedaan namens de supermarkt [supermarkt] Ter Apel.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij op 12 januari 2026 te Ter Apel 3 halve liters Heineken die geheel aan de [supermarkt] Ter Apel toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
- diefstal.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel tot een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van het voorarrest (hierna: ISD-maatregel).
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair afwijzing van de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de ISD-maatregel een ultimum remedium is. Er zijn nog geen minder ingrijpende interventies geprobeerd. Subsidiair heeft raadsvrouw verzocht in het vonnis te bepalen dat de ISD-maatregel na één jaar tussentijds wordt beoordeeld.
Het oordeel van de rechtbank
Bij haar oordeel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van 31 maart 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 maart 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van het feit
Verdachte heeft op 12 januari 2026 meerdere halve liters bier gestolen van een supermarkt in Ter Apel. Hij heeft hierdoor hinder en schade veroorzaakt voor de winkelier en onrust veroorzaakt bij winkelmedewerkers die met deze diefstal zijn geconfronteerd.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren negen keren onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen voor het plegen van voornamelijk diefstallen. De rechtbank stelt vast dat de eerder opgelegde gevangenisstraffen niet tot de gewenste gedragsverandering hebben geleid.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies. De reclassering heeft geconstateerd dat verdachte een rechtmatige verblijfstitel in Nederland heeft. Het lukt hem echter niet om zijn leven hier positief vorm te geven. Verdachte heeft geen vaste woonplek. Hij mag niet meer verblijven op meerdere opvanglocaties voor asielzoekers, omdat hij zich daar niet aan de huisregels en afspraken heeft gehouden. Verdachte heeft laten weten dat hij de diefstallen geen punt vindt en geeft aan niet anders te kunnen.
Eerdere rapporteurs geven aan dat verdachte snel afhaakt als hij niet meteen de hulp krijgt die hij verwacht. Het is door de opstelling van verdachte niet gelukt om middels interventies de risicos te beperken. De taalbarrière is een obstakel in het contact met verdachte. Er zijn sterke vermoedens van een combinatie van psychische problemen en een licht verstandelijke beperking. Er is echter geen mogelijkheid voor diagnostiek, omdat verdachte door heel Nederland zwerft en afspraken niet nakomt. De reclassering ziet geen mogelijkheden om recidive te voorkomen met een ambulant kader. Daarnaast is er een kans aanwezig dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst de verblijfsvergunning van verdachte in zal trekken gelet op de stelselmatigheid van de delicten. De reclassering schat het risico op recidive en het onttrekken
aan voorwaarden in als hoog. De reclassering adviseert de oplegging van een ISD-maatregel.
De namens de reclassering ter terechtzitting aanwezige deskundige A. Weijering heeft het reclasseringsadvies bevestigd. Zij heeft aangegeven dat het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in [plaats] voor verdachte een geschikte locatie kan zijn voor een eventuele ISD-maatregel, omdat daar mensen zijn die verdachte zijn taal spreken. Verdachte kan daar ook behandeling ondergaan voor zijn psychosociale problemen.
Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij verslaafd is aan cocaïne en zijn geld daaraan uitgeeft. Hij steelt om zijn verslaving en levensonderhoud te kunnen bekostigen.
De oplegging van de ISD-maatregel
De rechtbank zal aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen. Het door verdachte begane feit betreft een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, verdachte is in de vijf jaren voorafgaand aan dit misdrijf meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld, het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen, er moet ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan, en de veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel. Gelet op de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers is de officier van justitie bevoegd tot het vorderen van de ISD-maatregel. Uit de justitiële documentatie blijkt dat er over een periode van vijf jaren voor meer dan tien misdrijven processen-verbaal tegen verdachte zijn opgemaakt. Het laatste misdrijf dateerde van 21 juli 2025. Dat maakt verdachte tot een “zeer actieve veelpleger” in de zin van voornoemde richtlijn. Aan de vereisten voor oplegging van de ISD-maatregel is daarmee voldaan.
De ISD-maatregel is een zwaar middel dat bedoeld is voor veelplegers die veel overlast en hinder veroorzaken in de samenleving. De raadsvrouw heeft betoogd dat in dit geval minder ingrijpende alternatieven voor de ISD-maatregel nog niet zijn beproefd en dat daarom de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel afgewezen dient te worden. De rechtbank volgt dit standpunt van de raadsvrouw niet. Uit het reclasseringsadvies volgt dat de reclassering in het recente verleden tevergeefs meerdere pogingen heeft ondernomen om een geschikte opvangplek voor verdachte te vinden. Voorts is de rechtbank ervan overtuigd dat een minder stringent kader volstrekt ontoereikend is. Dit blijkt uit het feit dat verdachte de Nederlandse taal niet spreekt, geen vaste- woon of verblijfplaats heeft en afspraken niet nakomt.
Bovendien schrikken de eerder opgelegde gevangenisstraffen verdachte niet af en werkt de verslaving van verdachte recidive in de hand. Er zijn naar het oordeel van de rechtbank geen geschikte alternatieven voor de ISD-maatregel voorhanden. De rechtbank acht gelet op het voorgaande de oplegging van de ISD-maatregel passend en geboden ter beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van recidive. Zij zal aan verdachte de ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaren.
De rechtbank ziet geen noodzaak om in het vonnis te bepalen dat de ISD-maatregel na één jaar tussentijds zal worden beoordeeld, omdat het de verdediging vrij staat om naar eigen inzicht een verzoek daartoe bij de rechtbank in te dienen. Dit hoeft niet in een vonnis afzonderlijk te worden bepaald, zoals de raadsvrouw heeft verzocht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Legt aan verdachte op
de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee (2) jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. H. van der Werff en
mr. K. Offerein-Hulshoff, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2026.
Mr. H. van der Werff en mr. K. Offerein-Hulshoff zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.