ECLI:NL:RBNNE:2026:1543
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring verzet tegen dwangbevel tenuitvoerlegging Duitse geldboete
Veroordeelde verzette zich tegen een dwangbevel voor een Duitse geldboete van €100 plus kosten, opgelegd voor een overtreding in Duitsland in april 2024. Hij betwistte de boete vanwege vermeende onbekendheid en verjaring en vroeg kwijtschelding wegens betalingsonmacht.
De rechtbank stelde vast dat de Duitse boete onherroepelijk is en door de Nederlandse officier van justitie is erkend. Het CJIB heeft meerdere aanmaningen verzonden, die veroordeelde ontving, maar betaling bleef uit. De rechtbank toetste of de Minister het dwangbevel redelijk kon uitvaardigen en concludeerde dat dit het geval was.
De rechtbank oordeelde dat zij niet mag toetsen aan de inhoud van de Duitse beslissing en dat de bezwaren tegen de Duitse procedure niet tot gegrondverklaring leiden. Ook is er geen ruimte voor kwijtschelding in deze procedure. Het verzet is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel is ongegrond verklaard en de tenuitvoerlegging van de Duitse geldboete is bevestigd.