De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 april 2026 het verzoek van de schuldenaar tot omzetting van zijn faillissement naar de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Het faillissement was op 14 november 2023 uitgesproken met benoeming van een curator. De curator ondersteunde het verzoek en gaf aan dat een faillissementsakkoord geen reële optie was.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek aan alle formele eisen voldeed en dat er geen gronden waren voor afwijzing. Op basis van een recente uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:714) werd geoordeeld dat de ingangsdatum van de WSNP vervroegd kon worden vastgesteld op de datum van de eerste afdrachten aan de faillissementsboedel, namelijk 1 juli 2025. De schuldenaar had gedurende het faillissement maximaal afgedragen en zich ingespannen om baten te verwerven.
De rechtbank besloot het faillissement op te heffen en de WSNP uit te spreken met een looptijd van 18 maanden vanaf 1 juli 2025 tot 1 januari 2027. Tevens werd het salaris van de curator vastgesteld en werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd. De bewindvoerder kreeg de bevoegdheid om post van de schuldenaar te openen.