Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB-regeling), welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) is afgewezen op basis van een deskundigenadvies dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor allergisch beroepsastma.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat niet duidelijk is gemaakt in hoeverre de Svb haar vergewisplicht heeft nageleefd ten aanzien van het deskundigenadvies. Hierdoor is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel en wordt het vernietigd.
Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het deskundigenadvies zorgvuldig en concludent is en eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij voldoet aan de voorwaarden van de TSB-regeling. De rechtbank wijst erop dat eiser onvoldoende medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de astma werkgerelateerd is en dat sprake is van allergisch beroepsastma.
De rechtbank beveelt tevens vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser toe. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 21 april 2026.