ECLI:NL:RBNNE:2026:1473
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting pand wegens hennepvondst
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 april 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Emmen tot sluiting van een pand. Het pand zou gesloten worden voor zes maanden vanwege de vondst van 2.029 gram hennep. Het besluit was gewijzigd waarbij de datum van vondst en de sluitingstermijn werden aangepast.
Verzoeker, de verhuurder van het pand, maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat de korte termijn tussen kennisgeving en sluiting het onmogelijk maakte om de bezwaarprocedure af te wachten, dat het besluit tot sluiting herstelmaatregelen bemoeilijkt en dat het niet schorsen tot onomkeerbare schade en waardevermindering leidt.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat geen sprake was van onverwijlde spoed zoals vereist volgens de Awb. Het bezwaar schorst de werking van het besluit niet, maar verzoeker kan het bevoegd gezag verzoeken om verlenging van de begunstigingstermijn om dwangsommen te voorkomen. Schadevergoeding kan worden gevraagd indien het besluit onrechtmatig blijkt. De gestelde waardevermindering was onvoldoende onderbouwd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het pand wordt afgewezen wegens gebrek aan onverwijlde spoed.