Uitspraak
RECHTBANK Groningen
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] van 11 november 2025
- de brief van de rechtbank van 10 december 2025 waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De huurder [gedaagde] huurt sinds mei 2024 een appartement van Stichting Beheersstichting Olde Heem. Olde Heem zegt de huurovereenkomst op wegens slecht huurderschap, omdat [gedaagde] herhaaldelijk wiet rookt in het appartement, wat stankoverlast veroorzaakt voor kwetsbare bewoners en een kinderdagverblijf in het complex.
Olde Heem baseert haar vordering op artikel 7:274 BW Pro en stelt dat het roken van wiet verboden is in het complex vanwege de aanwezigheid van kwetsbare groepen. Ondanks waarschuwingen en een gedragsaanwijzing blijft [gedaagde] wiet roken, wat volgens Olde Heem leidt tot ernstige en structurele overlast.
[gedaagde] erkent het wietgebruik maar betwist dat zij overlast veroorzaakt en stelt dat het roken is gedoogd. De kantonrechter oordeelt dat de stankoverlast wel degelijk van [gedaagde] afkomstig is en dat zij zich niet als een goed huurder gedraagt. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van Olde Heem bij beëindiging zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij voortzetting.
De kantonrechter stelt het einde van de huurovereenkomst vast op 1 juni 2026, veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming en betaling van een gebruiksvergoeding en proceskosten. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat het verweer niet kennelijk ongegrond is.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens herhaaldelijk wietroken en stankoverlast, met ontruiming uiterlijk 1 juni 2026.