Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1469

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
LEE 26/1141
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in schadevergoeding COA-zaak

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoekster een voorlopige voorziening vroeg in verband met een schadevergoeding tegen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).

Verzoekster stelde dat zij onder druk was gezet door de locatie Drachten van het COA om een woning in de gemeente Borger-Odoorn te accepteren en dat zij te maken had gehad met onzorgvuldig en onprofessioneel handelen van de locatiemanager in Assen. Zij voerde aan dat haar medische toestand en voortdurende stress een spoedeisend belang rechtvaardigden om de voorlopige voorziening toe te kennen.

De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het spoedeisend belang ontbrak, omdat uit de aangevoerde feiten niet bleek dat verzoekster de uitspraak op haar verzoek om schadevergoeding niet kon afwachten. Ook werd gewezen op een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin zij zich onbevoegd had verklaard ten aanzien van het beroep tegen de koppelingsbrief van het COA.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/1141
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2026 in het verzoek om voorlopige voorziening de zaak tussen

[naam uit plaats] , verzoekster

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3. Bij uitspraak van 30 maart 2026 heeft deze rechtbank zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het door verzoekster ingediende beroep tegen de brief van het COa van
29 oktober 2019 (de zogenaamde koppelingsbrief). In deze brief is eiseres meegedeeld dat de gemeente Borger-Odoorn bereid is gevonden bij voorrang woonruimte voor haar beschikbaar te stellen en dat zij haar een aanbod van passende woonruimte zal doen.
4. Op 1 april 2026 heeft verzoekster een verzoek om schadevergoeding bij de rechtbank ingediend wegens onrechtmatig handelen van de locaties Drachten en Assen van het COA ingediend. Hierbij heeft verzoekster – onder meer en samengevat – aangegeven dat de locatie in Drachten haar onder druk heeft gezet om een woning in de gemeente Borger-Odoorn te accepteren. Bij de locatie in Assen is verzoekster geconfronteerd met ernstig onzorgvuldig en onprofessioneel handelen van de locatiemanager. Bij dit schrijven heeft verzoekster de uitspraak van deze rechtbank van 30 maart 2026 gevoegd. Ook heeft verzoekster hierbij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
5. De voorzieningenrechter zal het verzoek als kennelijk ongegrond afwijzen omdat het spoedeisend belang ontbreekt. Verzoekster voert aan dat zij een spoedeisend belang heeft omdat zij zich nog steeds in een problematische situatie binnen de gemeente Borger-Odoorn bevind en dat zij deze situatie zo snel mogelijk wenst te verlaten. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat er sprake is van een spoedeisend belang gezien haar medische toestand en de voortdurende stress. De voorzieningenrechter volgt verzoekster hierin niet. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter dat uit hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht niet blijkt dat er sprake is van zo’n mate van spoed dat verzoekster het besluit op haar verzoek om schadevergoeding niet kan afwachten.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.