ECLI:NL:RBNNE:2026:1469
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in schadevergoeding COA-zaak
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoekster een voorlopige voorziening vroeg in verband met een schadevergoeding tegen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
Verzoekster stelde dat zij onder druk was gezet door de locatie Drachten van het COA om een woning in de gemeente Borger-Odoorn te accepteren en dat zij te maken had gehad met onzorgvuldig en onprofessioneel handelen van de locatiemanager in Assen. Zij voerde aan dat haar medische toestand en voortdurende stress een spoedeisend belang rechtvaardigden om de voorlopige voorziening toe te kennen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het spoedeisend belang ontbrak, omdat uit de aangevoerde feiten niet bleek dat verzoekster de uitspraak op haar verzoek om schadevergoeding niet kon afwachten. Ook werd gewezen op een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin zij zich onbevoegd had verklaard ten aanzien van het beroep tegen de koppelingsbrief van het COA.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.