Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1468

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
LEE 26/1043
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering wapenverlof wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de weigering van zijn aanvraag om een wapenverlof door de korpschef van politie. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk ongegrond is. Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft omdat zijn wapenverlof per direct is beëindigd, zijn vuurwapen in beslag is genomen en hij daardoor zijn schietsport niet kan uitoefenen. Ook is zijn schuttersstatus bij de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie ingetrokken, maar deze heeft dit besluit later herzien.

De voorzieningenrechter overweegt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De lange behandelduur van het administratief beroep leidt niet op zichzelf tot spoedeisendheid. Het belang van verzoeker om de schietsport te kunnen uitoefenen is onvoldoende om spoedeisendheid aan te nemen.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de weigering van het wapenverlof voorlopig in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van het wapenverlof wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/1043

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 april 2026 in de zaak tussen

[naam uit plaats] , verzoeker,

en
de korpschef van politie, namens deze, de politiechef van de Eenheid Noord-Nederland, de korpschef.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de weigering van zijn aanvraag om een wapenverlof. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
1.2.
De korpschef heeft met het besluit van 13 maart 2026 de aanvraag om een wapenverlof geweigerd. Tegen dit besluit heeft verzoeker administratief beroep ingesteld bij de minister van Justitie en Veiligheid.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3. Verzoeker voert aan dat hij een spoedeisend belang heeft omdat zijn wapenverlof per direct is beëindigd en zijn vuurwapen in beslag is genomen. Hierdoor kan hij niet langer zijn schietsport uitoefenen. Ook was zijn schuttersstatus bij de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (de KNSA) ingetrokken waardoor zijn lidmaatschap bij de schietvereniging is beëindigd. Op 26 maart 2026 heeft de KNSA dit besluit herzien omdat zij tot de conclusie zijn gekomen dat er geen sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico in de omgang met vuurwapens. Verzoeker heeft daarnaast gewezen op de lange behandelduur van het administratief beroep. Ten slotte heeft verzoeker aangegeven dat er, gelet op het tijdsverloop tussen het voornemen en het besluit van 13 maart 2026, geen sprake is van een acuut veiligheidsrisico.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er géén sprake is van een spoedeisend belang. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Niet aannemelijk is dat er sprake is van zo’n mate van spoed dat verzoeker de beslissing op het administratief beroep niet kan afwachten. De (lange) behandelduur van het administratief beroep leidt op zichzelf niet tot een spoedeisend belang, daarvoor is meer nodig. In dit geval is het belang van verzoeker vooral gelegen in het feit dat hij niet langer de schietsport mag uitoefenen. Dit belang is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van spoedeisendheid.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet op het bovenstaande is het verzoek daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Dat betekent dat de weigering van het wapenverlof vooralsnog in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.