De burgemeester van de gemeente Achtkarspelen legde op 12 maart 2026 een aanvullend voorschrift op aan het horecabedrijf van verzoeker, waarbij de sluitingstijden werden beperkt vanwege geluidsoverlast. Verzoeker stelde dat hij alles had gedaan om aan de vergunningvoorschriften te voldoen en betwistte de noodzaak van het aanvullende voorschrift.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening en stelde vast dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege de mogelijke bedreiging van de continuïteit van het horecabedrijf. De burgemeester had de bevoegdheid om sluitingstijden aan te passen, maar had onvoldoende onderbouwd dat de geluidsoverlast zodanig was dat beperking noodzakelijk was. De overgelegde bewijzen betroffen incidentele situaties en er ontbraken geluidsonderzoeken.
Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat het besluit van de burgemeester naar voorlopig oordeel geen stand houdt en schorst het besluit tot zes weken na beslissing op het bezwaar. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed. Deze voorlopige voorziening bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.