Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Tenlastelegging
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] te duwen en/of brengen en/of houden en/of zich door die [slachtoffer 1] te laten pijpen en/of
- zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] te brengen en/of te houden
- hij die [slachtoffer 1] de opdracht heeft gegeven om op bed te gaan zitten en/of
- hij die [slachtoffer 1] onverhoeds heeft benaderd en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer 1] heeft omgedraaid en/of
- de broek en/of onderbroek en/of T-shirt van die [slachtoffer 1] naar beneden heeft getrokken en/of
- die [slachtoffer 1] naar beneden en/of op haar knieën/hurken heeft geduwd en/of aan haar schouders en/of enkels en/of haren heeft getrokken en/of vastgehouden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (verbale en/of non-verbale) protesten/verzet voorbij is gegaan en/of
- hij misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en/of
- die [slachtoffer 1] voor het verkrijgen van harddrugs afankelijk van hem, verdachte, was en/of was gemaakt en/of gehouden en/of harddrugs als ruilmiddel zou hebben gebruikt voor het verkrijgen van seksuele handelingen;
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voor alle in de cel en/of op de afdeling aanwezige goederen te duchten was en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten te weten de aanwezige personen (ingeslotenen en/of personeelsleden) te duchten was;
Beoordeling van het bewijs
De door verdachte ter zitting van 10 april 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden
d.d. 6 augustus 2024, opgenomen op pagina 14 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL01002024211962 d.d. 14 december 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:
de rechtbank begrijpt: op vrijdag 2 augustus 2024)kwam [getuige 1] naar mijn kamer (
de rechtbank begrijpt: op het adres [adres]). Ik moest naar [verdachte] toe. Ik ben meegegaan naar de kamer. [verdachte] wou seks. Ik wilde niet. Hij kreeg mijn broek en onderbroek uit. Toen ik zei dat ik niet
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 augustus 2024, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:
.Hij deed mijn benen naar achteren. Hij hield mijn handen vast op mijn rug. Trok aan mijn haren. Hard.
.Toen moest er weer wat gebeuren, seks. V: Hoe lig jij?
.Ik moest hem pijpen. Dan moet ik weer seks hebben met hem. V: Maar jij pijpt hem, en dan?
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 augustus 2024, opgenomen op pagina 30 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6
- zich door die [slachtoffer 1] te laten pijpen en
- zijn, verdachtes, penis in de vagina en anus van die [slachtoffer 1] te brengen en te houden
- hij die [slachtoffer 1] de opdracht heeft gegeven om op bed te gaan zitten en
- hij die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en vastgehouden en die [slachtoffer 1] heeft omgedraaid en
- de broek en onderbroek en T-shirt van die [slachtoffer 1] naar beneden heeft getrokken en
- die [slachtoffer 1] aan haar schouders en enkels en haren heeft getrokken en/of vastgehouden en
- aan die [slachtoffer 1] haar (verbale) protesten/verzet voorbij is gegaan.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld, meermalen gepleegd.
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Parketnummer 18-383643-24, feit 1:
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 7.500,00 ter vergoeding van immateriële schade,
[slachtoffer 2] , tot een bedrag van 58,52 ter vergoeding van materiële schade en 750,00
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
een gedeelte, groot 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 augustus 2024 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.