Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1373

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11794879 BU VERZ 25-1548
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden van 25 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 8 april 2024. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat het beroepschrift te laat was ingediend. De termijn van zes weken gaat in op de dag na verzending van de beslissing van de officier van justitie. Uit recente rechtspraak blijkt dat de verzending via MAPS verloopt en dat de datum van verzending wordt vastgesteld op de zevende dag na dagtekening van de beslissing. De beslissing was gedateerd 15 oktober 2024, waardoor de verzending op 22 oktober 2024 werd aangenomen.

Het beroepschrift werd pas op 4 maart 2025 ontvangen, ruim na de uiterste datum van 4 december 2024. De enkele betwisting van ontvangst door de gemachtigde was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265374208
zaaknummer: 11794879 BU VERZ 25-1548
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 6 maart 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘25 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom terwijl 30 km per uur is toegestaan (verkeersbord A1)’, verricht op 8 april 2024, om 20:36 uur, op de [adres] in Haren, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 440,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 6 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. [1] De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. [2]
4. Het beroepschrift is op 4 maart 2025 bij de CVOM binnengekomen. Het beroepschrift had uiterlijk op 4 december 2024 ontvangen moeten zijn.
5. Gemachtigde voert aan dat hij de beslissing van de officier nooit heeft ontvangen. Gemachtigde heeft op 2 december 2024 een ingebrekestelling ingediend. Na het dwangsomverzoek van 3 februari 2025 kreeg hij op 19 februari 2025 bericht dat de beslissing reeds zou zijn genomen op 15 oktober 2025. Gemachtigde stelt dat het op de weg van de officier ligt om verzendadministratie over te leggen. Hierbij verwijst hij naar jurisprudentie.
6. Uit recente rechtspraak blijkt dat de beslissing van de officier van justitie door het Parket CVOM vanuit MAPS wordt verzonden. Het hof oordeelt dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat voor de beantwoording van de vraag wanneer een beslissing van de officier van justitie vanuit MAPS wordt verzonden, moet worden uitgegaan van de dag voordat de brief bij de betrokkene wordt bezorgd. [3] Gelet op de informatie over het aanmaak- en verzendproces worden brieven die worden verzonden vanuit MAPS in het uiterste geval acht dagen na dagtekening bezorgd bij de (gemachtigde van) betrokkene. [4] Het hof hanteert daarom als datum waarop de beslissing van de officier van justitie vanuit MAPS is verzonden, de zevende dag na de dagtekening van die brief. [5] De kantonrechter zal deze datum ook hanteren.
7. De motivering van de beslissing van de officier van justitie is gedateerd op 15 oktober 2024. Gelet op wat hiervoor is overwogen gaat de kantonrechter ervanuit dat de beslissing van de officier van justitie is verzonden op 22 oktober 2024.
8. Het hof heeft vastgesteld dat het verzendproces zo is ingericht, dat de kans op fouten nagenoeg is uitgesloten. [6] Daarom mag ervan worden uitgegaan dat de beslissing van de officier van justitie daadwerkelijk op 22 oktober 2024 is verzonden. De enkele betwisting van de ontvangst is onvoldoende om hieraan te twijfelen. Verzendadministratie is daarom niet vereist.
9. De kantonrechter stelt daarmee vast dat het beroepschrift te laat is ingediend en ziet geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Hij zal het beroepschrift daarom niet inhoudelijk behandelen. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
10. De kantonrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
3.Hof Arnhem-Leeuwarden, 7 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4952.
4.Hof Arnhem-Leeuwarden, 13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2912.
5.Hof Arnhem-Leeuwarden, 7 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4952.
6.Hof Arnhem-Leeuwarden, 13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2912.