ECLI:NL:RBNNE:2026:1354
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- C.S. Schür
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omgevingsvergunning woonschepenligplaats
Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een woonschepenligplaats in Delfzijl. Verzoeker stelt dat hij rechthebbende is op de ligplaats en vreest dat innemen door vergunninghouder onomkeerbaar is, waardoor hij zijn boot niet meer kan plaatsen.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst het spoedeisend belang. Hoewel verzoeker emotionele en familiale waarde aan de ligplaats hecht en vreest voor onomkeerbaarheid, acht de rechter dit niet aannemelijk. Ook het ontbreken van een alternatieve ligplaats en de aanwezigheid van een bijboot leiden niet tot spoedeisendheid. Vergunninghouder stelt dat het innemen technisch niet onomkeerbaar is en dat zijn woonbelang urgent is, maar ook dit leidt niet tot spoedeisendheid.
Omdat geen spoedeisend belang is vastgesteld, kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen als het besluit evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter ziet geen aanwijzingen dat het besluit zonder diepgaand onderzoek ernstig betwijfeld moet worden. Daarom wordt het verzoek afgewezen. De uitspraak is definitief en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.