Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 12 december 2025;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 18 december 2025.
Rechtbank Noord-Nederland
De verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. B. van Walderveen, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, met betrekking tot meerdere zaken waarin de verzoeker betrokken is. Het verzoek was gebaseerd op eerdere wrakingsverzoeken die door de rechtbank Den Haag waren afgewezen en op vermeende onpartijdigheid van de rechter en de Hoge Raad.
De rechtbank stelde vast dat de verzoeker op 21 november 2025 en 3 december 2025 schriftelijk was geïnformeerd dat de rechter de zaken zou behandelen. Het wrakingsverzoek werd pas op 12 december 2025 ingediend, wat ruim na deze kennisname was. De rechtbank oordeelde dat het verzoek daardoor niet tijdig was ingediend, zoals vereist op grond van artikel 8:16 Awb Pro.
De rechtbank overwoog dat er geen bijzondere omstandigheden waren die het late tijdstip van indiening rechtvaardigden. Daarom werd de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en werd het wrakingsverzoek niet inhoudelijk behandeld. De procedures werden voortgezet zoals zij waren ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en wordt niet inhoudelijk behandeld.