Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 21 september 2024 om 01:00 uur op de Stationsweg in Groningen. Betrokkene stelde dat zij handelde uit noodweer omdat zij werd achtervolgd en bedreigd door een man die dicht bij haar fietste en dingen riep. Zij wilde daarom een vriendin of huisgenoot bellen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene aanwezig, maar de officier van justitie liet zich niet vertegenwoordigen. De kantonrechter oordeelde dat de verkeersovertreding vaststaat, maar dat de omstandigheden aanleiding geven tot vernietiging van de boete.
De kantonrechter vond dat de verkeersveiligheid belangrijk is, maar in dit geval gaat de eigen veiligheid van betrokkene voor. Het feit dat zij in een verlaten stationsgebied fietste en werd achtervolgd, en dat zij de telefoon vasthield om hulp te zoeken, rechtvaardigt het handelen. Daarom werd de boete vernietigd en het bedrag van de zekerheidstelling teruggegeven.