ECLI:NL:RBNNE:2026:1302
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens overtreding omzettingsverbod en overschrijding redelijke termijn
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €5.000 opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Groningen wegens het zonder vergunning omzetten en omgezet houden van een zelfstandige woonruimte, waarbij drie personen in het appartement verbleven. Eiseres betwistte de hoogte van de boete en stelde dat het college had moeten volstaan met een waarschuwing of een lagere boete, mede gezien haar persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van opzet.
De rechtbank oordeelde dat de boetetabel uit de Huisvestingsverordening 2022 niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, maar dat bijzondere omstandigheden zoals verminderde verwijtbaarheid en het snel beëindigen van de overtreding aanleiding geven tot matiging van de boete. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de uitspraak in beroep was overschreden, wat een verdere matiging rechtvaardigde.
De rechtbank matigde de boete daarom eerst met 20% naar €4.000 en vervolgens met nog eens 10% naar €3.600. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de boete verlaagd. Het college werd tevens verplicht het griffierecht aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €5.000 naar €3.600 wegens disproportionaliteit en overschrijding van de redelijke termijn.