Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1236

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
26/889
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar- of beroepschrift

Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij een dergelijk verzoek een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en het besluit worden overgelegd. Verzoekster heeft dit niet gedaan.

De rechtbank heeft verzoekster bij brief verzocht dit verzuim binnen een week te herstellen en gewezen op de mogelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Verzoekster heeft binnen de gestelde termijn geen afschrift van het besluit of bezwaar- of beroepschrift overgelegd en geen reden voor het verzuim gegeven.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot op 31 maart 2026.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bezwaar- of beroepschrift en het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/889

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[naam uit woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Emmen, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft (het besluit) overleggen. Dit staat in artikel 8:81, vierde lid, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2.1.
Bij het verzoekschrift ontvangen op 16 maart 2026 heeft verzoekster het bezwaar- of beroepschrift en het besluit niet overgelegd. De rechtbank heeft verzoekster bij brief van 17 maart 2026 verzocht om dit verzuim binnen een week te herstellen. Verzoekster is erop gewezen dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
2.1.
Verzoekster heeft binnen die termijn geen afschrift van het besluit, bezwaar- of beroepschrift overgelegd. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.