Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1235

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
26/871
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand bewindvoering niet-ontvankelijk verklaard

In deze zaak heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijzondere bijstand voor bewindvoering. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

De wet vereist dat bij een verzoek om voorlopige voorziening een afschrift van het bezwaarschrift en het besluit waarop het geschil betrekking heeft, wordt overgelegd. Verzoeker heeft het bezwaarschrift niet overgelegd bij het verzoekschrift. De griffier heeft verzoeker hierop gewezen en verzocht dit binnen een week te herstellen.

Verzoeker heeft niet gereageerd op dit verzoek tot herstel. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/871

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 maart 2026 in de zaak tussen

[naam uit woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van verzoekers aanvraag om bijzondere bijstand voor bewindvoering. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overleggen. Dit staat in artikel 8:81, vierde lid, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2.1.
Bij het verzoekschrift ontvangen op 12 maart 2026 heeft verzoeker het bezwaarschrift niet overgelegd. De griffier heeft verzoeker bij brief van 16 maart 2026 verzocht om binnen een week dit verzuim te herstellen. Verzoeker is erop gewezen dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
2.2.
Verzoeker heeft hierop niet gereageerd.
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.