Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord en eis in reconventie op de rol van 8 juli 2025
- de conclusie van repliek en conclusie van antwoord in reconventie op de rol van 9 september 2025
- de conclusie van dupliek en conclusie van repliek in reconventie op de rol van 7 oktober 2025
- de conclusie van dupliek in reconventie op de rol van 4 november 2025.
2.De beoordeling in conventie en in reconventie
Per 1 juni komt mijn appartement vrij (…) Het is ongeveer 35m2 en het slaap- en woongedeelte is gescheiden door middel van een trap. De voordeur deel je met een andere bewoner maar je hebt je eigen woonkamer, slaapkamer, badkamer toilet (…)
“ [naam] ”.De kale huurprijs bedroeg op dat moment € 480,00. [gedaagde] heeft de kelder, evenals haar voorganger, als slaapkamer in gebruik genomen.
Huurder geeft aan dat de verhuurder vlak voor het onderzoek de lekkage plekken op de slaapkamer heeft overgesausd. Toch waren er tijdens het onderzoek duidelijk vochtplekken zichtbaar. De plekken bevinden zich aan de onderzijde van alle wanden van de slaapkamer en zijn ca 20cm hoog. De totale oppervlakte bedraagt zeker meer dan 0,25 m2. Een meting met vochtmeter (…) gaf op alle vochtplekken vrij hoge waardes aan waaruit te concluderen valt dat er sprake is van doorslaand of optrekkend vocht. Ook op de kolommen zijn vochtplekken zichtbaar. De slaapkamer bevindt zich in de kelder.(…)(B2) In keuken, woon- of slaapvertrekken is als gevolg van de bouwkundige staat van de woonruimte sprake van condensatie, doorslaand of optrekkend vocht, waardoor zich zodanige schimmelvorming of houtrot in balken of vloerdelen voordoet, dat de bruikbaarheid van deze vertrekken ernstig is aangetast.
Ten aanzien van de stelling van verhuurder dat de ruimte waar het gebrek zich voordoet geen slaapkamer is, maar een kelder, overweegt de commissie het volgende. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de ruimte volledig is bekleed. De muren zijn gestuukt, de vloer is betegeld, er is een radiator aanwezig en de trap is bekleed. Huurder heeft op de zitting onbetwist verklaard dat de ruimte al zo was ingericht bij de aanvang van de huurovereenkomst. Huurder verwachtte daarom dat zij de ruimte als slaapkamer kon gebruiken. Gelet op het voorgaande vindt de commissie het aannemelijk dat de betreffende ruimte als slaapkamer aan huurder is verhuurd door de vorige eigenaar, in de huidige staat met het uitrustingsniveau en de aankleding die het nu heeft. De commissie komt dan ook tot de conclusie dat de ruimte als een slaapkamer is bedoeld en zo aan huurder is verhuurd.