ECLI:NL:RBNNE:2026:1192
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- A. van den Oever
- J. van Bruggen
- M.B.W. Venema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 14 april 2026 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige in de nacht van 28 op 29 november 2024 te Assen. Verdachte zou ritmisch tegen de billen van het slachtoffer hebben getikt terwijl zij in bed lagen.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes maanden, gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, een vriendin en haar vader. De verdediging voerde aan dat de verklaringen niet consistent en onvoldoende betrouwbaar waren en dat er geen ondersteunend bewijs was.
De rechtbank stelde vast dat verdachte weliswaar naast het slachtoffer in bed lag, maar dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat hij haar daadwerkelijk seksueel had aangeraakt. De verklaringen waren niet ondersteund door ander bewijs zoals DNA-sporen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij. Tevens wees zij de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af en verklaarde de schadevordering van het slachtoffer niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met een minderjarige.