Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1165

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
18.320064.25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 38n SrArt. 57 SrArt. 311 SrArt. 321 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meervoudige diefstal, verduistering en schuldheling met ISD-maatregel

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 20 maart 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere diefstal- en verduisteringsfeiten. De tenlastelegging omvatte onder meer winkeldiefstal in vereniging, verduistering van een telefoon, schuldheling van een gestolen fiets en diefstal met een valse sleutel door gebruik van een gestolen bankpas.

De rechtbank oordeelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de diefstal van schoenen bij een winkel in Leeuwarden, verduistering van een telefoon die hij vond maar niet teruggaf, schuldheling van een gestolen fiets die hij voor een laag bedrag kocht ondanks de staat ervan, en diefstal door middel van een valse sleutel door meerdere contactloze pintransacties met een gestolen bankpas. Voor een ander diefstalfeit van parfum sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank nam bij de strafoplegging mee dat verdachte een langdurig en instabiel leven leidt, zonder werk, inkomen of vaste woonplek, en dat hij weinig inzicht toont in zijn gedrag. Gezien zijn recidive en het risico op herhaling legde de rechtbank een ISD-maatregel van twee jaar op, zonder aftrek van voorarrest, ter beveiliging van de maatschappij en beëindiging van de recidive.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor meervoudige diefstal, verduistering en schuldheling en krijgt een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.320064.25
ter terechtzitting gevoegde parketnummers 08.253502.25, 18.239869.25, 18.010896.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 maart 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.I. Veenstra, advocaat te Burgum in de zaak met parketnummer 18.320064.25 en door mr. J.D. Nijenhuis, advocaat te Leeuwarden in de zaken met parketnummers 08.253502.25, 18.239869.25 en 18.010896.25.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.H. Veltkamp.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
parketnummer 18.320064.25
hij op of omstreeks 24 november 2025 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere schoen(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
parketnummer 08.253502.25
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland opzettelijk een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, althans in Nederland, een telefoon, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
parketnummer 18.239869.25
hij op of omstreeks 11 september 2025 te Leeuwarden, een fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
parketnummer 18.010896.25
1.
hij op of omstreeks 15 mei 2024 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere parfum(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 29 januari 2024 te Leeuwarden een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas van die [slachtoffer 3] .
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd het onder parketnummer 18.239869.25 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake was van aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij verdachte. Er is veel onduidelijk gebleven over de aankoop van de fiets en de staat van de fiets op dat moment.
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer 18.320064.25, onder parketnummer 08.253502.25 en onder parketnummer 18.010896.25 onder 1 en 2 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
t.a.v. parketnummer 18.320064.25
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken gelet op de ontkenning van verdachte. Verdachte herkent zichzelf niet op de beelden. Daarnaast droeg hij niet de weggenomen schoenen bij zich op het moment dat hij werd staande gehouden.
t.a.v. parketnummer 08.253502.25
De raadsman heeft aangevoerd dat op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte niet de telefoon heeft weggenomen. Verdachte heeft de telefoon in de trein gevonden en heeft de telefoon vervolgens slechts anderhalf uur bij zich gedragen. Dat is een te korte tijdspanne om te kunnen spreken van een wederrechtelijke toe-eigening. De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.
t.a.v. parketnummer 18.239869.25
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit. Verdachte heeft de fiets aangekocht voor een klein bedrag, maar gelet op de staat van de fiets was er geen sprake van voorwaardelijk opzet op heling.
t.a.v. parketnummer 18.010896.25
feit 1.
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar op de camerabeelden van de [winkel 2] te zien is, maar op de beelden is niet te zien dat er iets is meegenomen door verdachte en/of de medeverdachte.
Daarnaast is er geen gestolen goed bij verdachte aangetroffen. Verdachte dient te worden vrijgesproken. feit 2.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Verdachte herkent zichzelf niet op de camerabeelden. Verder kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de persoon op de beelden daadwerkelijk pint met de gestolen pas.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
parketnummer 18.010896.25 feit 1
De rechtbank acht het onder parketnummer 18.010896.25 onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Uit de zich in het dossier bevindende stukken kan worden vastgesteld dat verdachte met de medeverdachte op 15 mei 2024 in de [winkel 2] aan [adres] was. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte bij de herengeuren staat. Op de camerabeelden is echter niet te zien wat de verdachten vasthouden en of verdachte en/of zijn medeverdachte daadwerkelijk iets meenemen terwijl ze de winkel verlaten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de diefstal van parfum.
Bewijsoverweging
parketnummer 18.320064.25
Op basis van de hieronder opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal van schoenen bij [winkel 1] . Verdachte wordt kort na de diefstal op basis van een signalement staande gehouden met de medeverdachte bij wie de gestolen schoenen worden aangetroffen. Op de beelden van de winkel wordt verdachte herkend. Gezien werd dat verdachte de winkel uitliep en dat op dat moment het alarm afging. Daarnaast heeft de medeverdachte verklaard dat hij samen met verdachte het plan had om iets te stelen en om het gestolene daarna te verkopen.
parketnummer 08.253502.25 primair
Tijdens een identiteitscontrole op 21 augustus 2025 is bij verdachte een mobiele telefoon aangetroffen die eerder die dag is weggenomen bij aangever [slachtoffer 2] . Verdachte heeft verklaard dat hij het toestel heeft gevonden en dat hij niets met de telefoon wilde doen. De rechtbank is van oordeel dat ook nergens uit af te leiden valt dat verdachte de telefoon bij de politie heeft willen afgeven of brengen als zijnde gevonden. Ook op het moment dat de telefoon bij verdachte wordt aangetroffen door de politie zegt hij dit niet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering.
parketnummer 18.239869.25
Op 11 september 2025 wordt verdachte gezien op een fiets gezien die op 6 september 2025 was gestolen. Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets twee dagen eerder op straat had gekocht voor 10,-, van iemand die hij niet kent. Volgens de verklaring van verdachte had de verkoper alleen deze fiets voorhanden en bood hij deze aan verdachte aan voor 10,-. De verklaringen van verdachte over de wijze waarop hij de fiets zou hebben verkregen zijn onvoldoende concreet en niet verifieerbaar. Uit het dossier volgt dat de fiets weliswaar niet in een goede staat was, maar naar het oordeel van de rechtbank had verdachte alert moeten zijn bij de aankoop van de fiets onder dergelijke omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling.
parketnummer 18.010896.25 feit 2
Op basis van de voorhanden zijnde stukken is de rechtbank van oordeel dat verdachte met de gestolen pinpas van aangeefster [slachtoffer 3] meermalen contactloos heeft gepind. Blijkens de aangifte en de hierin opgenomen transacties met de daarbij vermelde tijdstippen is de rechtbank van oordeel dat verdachte al deze transacties heeft verricht. De transacties hebben op verschillende adressen plaatsgevonden in een kort tijdsbestek van 16 minuten, waarbij telkens dezelfde pinpas werd gebruikt
Verdachte wordt op meerdere beelden waarop verschillende pintransacties plaatsvinden herkend door een verbalisant. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel.
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
parketnummer 18.320064.25
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 november 2025, opgenomen op pagina 8 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-202531802
d.d. 26 november 2025 inhoudend als verklaring van [naam 1] :
Plaats delict [adres]
Pleegdatum maandag 24 november 2025
Ik zag dat ze een doos schoenen pakten. Ik zag dat ze eruit liepen, ik hoorde dat het alarm afging. Achteraf zag ik dat de doos weer terug in het schap stond. Ik zag dat er alleen een kapotte alarmlabel in de doos zat. De verdachten hebben de diefstal samen gepleegd. Kwamen samen binnen. Ik zag dat ze gesprekken met elkaar voerde. Ik zag dat ze bij elkaar bleven tot het moment van de diefstal. De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: Nike Air Max SC schoenen t.w.v. 89,99 Maat: 43
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 24 november 2025, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige] :
Op maandag 24 november 2025, was ik aan het werk in de [winkel 1] te Leeuwarden. Ik zag dat de jongens vervolgens schoenen uit een schap pakte. Ik zag dat de jongens daarna allebei wegliepen van het bankje in de richting van de uitgang van de winkel. Ik zag dat één van de jongens (verder te noemen: verdachte 1) direct de winkel uit liep en op dat moment ging het alarm af.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 november 2025, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op maandag 24 november 2024, om 12.49 uur, kregen wij de opdracht om te uit te kijken naar twee mannen die mogelijk betrokken zouden zijn bij een Winkeldiefstal bij de [winkel 1] , gelegen aan [adres] te Leeuwarden. Wij zijn ter plaatse gegaan naar de bovengenoemde winkel. Hier hebben wij de camerabeelden bekeken van de verdachten van de diefstal. Op maandag 24 november 2025, om 13.02 uur, kregen wij het bericht vanuit de meldkamer, dat handhaving twee mannen staande hadden ter hoogte van [bedrijf 3] , gelegen aan [adres] te Leeuwarden. Wij, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , herkenden de mannen van het filmpje die wij gezien hadden bij de winkel. Ik zag dat de verdachte [medeverdachte] een tasje bij zich droeg. Ik vroeg aan de verdachte wat er in het tasje zat. Ik zag vervolgens dat in het tasje een nieuw paar Nike schoenen zat. Ik vroeg aan de verdachte [medeverdachte] hoe hij aan deze schoenen kwam. Ik hoorde hem zeggen dat hij de schoenen voor de tweede man, [verdachte] , nader te noemen als verdachte [verdachte] , vasthield.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 24 november 2025, opgenomen op pagina 48 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [medeverdachte] :
V: Je bent vandaag op het station in Leeuwarden aangehouden ter zake diefstal in vereniging. A: Wat kan je daarover verklaren?
Toen hij vanochtend wakker werd wilde hij met mij mee naar de stad. Hij ging naar de [winkel 1] samen met mij naar binnen. Hij pakte schoenen en we pasten beide de schoenen. Ik zag dat hij de schoenen pakte en onder zijn jas deed en naar buiten ging. Ik hoorde dat het alarm afging en ik bleef staan en mijn vriend rende weg.
V: Je was samen met [verdachte] , wat is hij van je? A: Ik ken deze jongen vanaf 2017.
parketnummer 08.253502.25 primair
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 augustus 2025, opgenomen op pagina 28 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0600-2025401734 d.d. 23 augustus 2025 inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :
Op donderdag 21 augustus 2025, omstreeks 14:09 uur, stapte ik in Leeuwarden in de trein om naar Steenwijk te gaan. Toen ik weer naast mij keek zag ik dat mijn telefoon weg was.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 21 augustus 2025, opgenomen op pagina 7 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op donderdag 21 augustus 2025. Ik vroeg aan de man of hij zijn zakken leeg wilde maken. Ik zag dat hij uit zijn zakken een pak sigaretten, een briefje van 5 euro en een telefoon haalde. Ik vroeg aan de persoon of hij mij zijn telefoon kon laten zien en of hij hem kon
ontgrendelen. Hij gaf aan dat hij geen batterij had en het dus niet deed. Ik vroeg aan hem of ik de telefoon even mocht zien. Ik zag dat hij de telefoon aan mij overhandigde. Ik nam ondertussen contact op met de collega die de aangifte van het slachtoffer van de gestolen telefoon aan opnemen was. Ik gaf aan hem door dat het een blauwe Redmi telefoon betrof met een kapotte camera aan de achterzijde. Hierop hoorde ik mijn collega zeggen dat dit overeenkwam met de telefoon van het slachtoffer. Ik stuurde voor de zekerheid nog foto's van de telefoon naar de collega. Deze vertelde mij wederom dat het slachtoffer de telefoon herkende als zijn telefoon. Ik hoorde de verdachte zeggen dat hij de telefoon had gevonden in de trein.
parketnummer 18.239869.25
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 september 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025246856 d.d. 12 september 2025, inhoudend als verklaring van
[naam 2] :
Op zaterdag 6 september 2025, omstreeks 20.00 uur is mijn fiets, een blauwe Batavus Fonk gestolen op [adres] te Leeuwarden. Op donderdag 11 september 2025, omstreeks 14.35 uur, zag ik
betrokkene op mijn blauwe Batavus voorbij fietsen. Op dezelfde dag, omstreeks 14.40 uur, heeft [naam 3] de verdachte aangehouden.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 september 2025, opgemaakt door de rechter-commissaris van de rechtbank Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van verdachte:
Ik had die fiets twee dagen voor 11 september 2025 gekocht voor 10,00. U vraagt mij van wie ik deze fiets heb gekocht. Van iemand op straat. Ik weet niet wie dat was. Hij stond op straat en wilde een fiets verkopen. Ik had een fiets nodig en heb daarom die fiets gekocht. U vraagt mij of hij meerdere fietsen verkocht. Hij stond op straat met 1 fiets. U vraagt mij of het niet met een marktstalletje met 20 fietsen achter hem was. Nee.
parketnummer 18.010896.25 feit 2
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 januari 2024, opgenomen op pagina 74 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024128375 d.d. 2 december 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :
Op maandag 29 januari 2024, om 11.15 uur, kwam ik aan op het busstation in Leeuwarden. In mijn witte rugzak had ik verschillende cosmetische producten, mijn paspoort, oplader voor mijn telefoon en mijn portemonnee met daarin verschillende passen. Om 11.20 uur kwam de bus op het perron en liep ik naar de bus toe. Na tien minuten onderweg richting Holwerd, kwam ik erachter dat ik mijn zwarte reistas mee had genomen, maar de witte rugzak op het bankje had laten liggen. Rond 11.55 uur zag ik dat er verschillende transacties waren gedaan met mijn betaalkaart. Deze zijn allemaal contactloos gedaan. Dit gaat om de
volgende transacties vanaf mijn bankrekening [rekeningnummer] :
[winkel 3] LEEUWARDEN
29 januari 2024, 11:40 uur
12,55 euro
[naam coffeeshop 1]
29 januari 2024, 11.49 uur
20,00 euro
[bedrijf 1]
29 januari 2024, 11.52 uur
30,00 euro
[bedrijf 1]
29 januari 2024, 11.52 uur
9,50 euro
[bedrijf 2]
29 januari 2024, 11.56
7,50 euro
In totaal heeft deze persoon dus 79,55 euro gepind bij verschillende winkels/bedrijven.
Om 12.06 kwam ik met de bus aan het op het busstation in Leeuwarden. Ik zag dat mijn witte rugzak nog steeds op dezelfde plek lag. Ik keek in mijn tas en zag dat alleen mijn betaalkaart en mijn paspoort weg waren.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 januari 2024, opgenomen op pagina 78 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op maandag 29 januari 2024. Bij één van de locaties konden wij de camerabeelden direct bekijken. Dit betrof de [naam coffeeshop 1] , gelegen aan [adres] . Hier was om 11.49 uur, een transactie van 20 euro gedaan.
Ik, verbalisant [verbalisant] , zag op de camerabeelden van de [naam coffeeshop 1] , dat er om
48 uur een man, de coffeeshop binnenliep. Ik zag dat de man om 11.49 uur bij het pinapparaat van de coffeeshop afrekende met een wit gekleurde pinpas.
Ik herken de man, welke is te zien op de camerabeelden van [naam coffeeshop 1] , voor 100% als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] .
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2024, opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op vrijdag 9 februari 2024 heb ik, verbalisant [verbalisant] , de camerabeelden bekeken die
zijn afgegeven door de coffeeshops [naam coffeeshop 1] en [naam coffeeshop 2] naar aanleiding van een
pintransactie door de verdachte.
Camerabeelden: [naam coffeeshop 1] [bestandsnaam]
Op maandag 29 januari 2024, om 11:49:03 uur, zie ik de verdachte voor de kassa staan Ik zie dat de verdachte om 11:49:10 uur met een gestolen bankpas een transactie uitvoert door deze op het pinapparaat te leggen. Uit onderzoek blijkt dat deze bankpas afkomstig is van diefstal. Om 11:49:37 uur, zie ik dat de winkelmedewerker sigarettenvloei overhandigt aan de verdachte. Om 11:49:47 uur, zie ik de verdachte de winkeldeur openen. Om 11:49:55 uur, zie ik de verdachte de [naam coffeeshop 1] uitlopen.
Camerabeelden: [naam coffeeshop 2]
Op maandag 29 januari 2024, om 11:59:33 uur, zie ik de verdachte in de rij staan bij
de kassa. Ik zie dat de verdachte de gestolen bankpas in zijn rechterhand vasthoudt. Om 11:59:46 uur, zie ik dat de verdachte met de gestolen bankpas een transactie uitvoert door deze aan de zijkant van het pinapparaat te houden. Om 11:59:49 uur zie ik dat de transactie is gelukt en dat de winkelmedewerker dertig euro op de toonbank legt, bestaande uit een biljet van tien euro en een biljet van twintig euro. Om 11:59:50 uur, zie ik dat de verdachte het geld met zijn linkerhand pakt. Om 11:59:56 uur, zie ik dat de verdachte een biljet van tien euro met zijn rechterhand op de toonbank neerlegt. Om 11:59:57 uur, zie ik dat de
verdachte de gestolen bankpas met zijn rechterhand weer in zijn rechterjaszak stopt. Om 12:00:00, uur zie ik dat de verdachte een pakje sigaretten koopt en deze met zijn rechterhand van de toonbank pakt. Om 12:00:02 uur, zie ik dat de verdachte met zijn rechterhand de gestolen bankpas weer uit zijn rechterjaszak pakt. Ik zie dat de verdachte met zijn linkerhand een biljet van tien euro pakt. Om 12:00:11 uur, zie ik dat de verdachte met zijn rechterhand de gestolen bankpas tegen de zijkant van het pinapparaat houdt om een transactie uit te voeren. Om 12:00:16 uur zie ik dat de verdachte wegloopt. Om 12:00:19, uur zie ik dat de verdachte uit het zicht verdwijnt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18.320064.25, parketnummer 08.253502.25 primair, parketnummer 18.239869.25, parketnummer 18.010896.25 feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
parketnummer 18.320064.25
hij op 24 november 2025 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met een ander schoenen, die aan [winkel 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
parketnummer 08.253502.25 primair
hij op 21 augustus 2025 te Steenwijk, opzettelijk een telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 1] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
parketnummer 18.239869.25
hij op 11 september 2025 te Leeuwarden, een fiets heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
parketnummer 18.010896.25
2.
hij op 29 januari 2024 te Leeuwarden een geldbedrag, dat aan [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas van die [slachtoffer 3] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
parketnummer 18.320064.25 diefstal door twee of meer verenigde personen parketnummer 08.253502.25 primair verduistering
parketnummer 18.239869.25 schuldheling
parketnummer 18.010896.25 feit 2 diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een
valse sleutel, meermalen gepleegd
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte geen ISD-maatregel wil.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Verslavingszorg Noord-Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal in vereniging, verduistering, schuldheling en diefstal met een valse sleutel. Daarmee heeft hij meermalen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen en heeft hij hiermee hinder, schade en overlast veroorzaakt.

Motivering van de maatregel

De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan zowel de wettelijke vereisten die in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) aan het opleggen van een ISD-maatregel zijn gesteld als aan de richtlijnen die het Openbaar Ministerie hanteert voor het vorderen van de ISD-maatregel. De door verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast is verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan deze misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld en zijn een aantal van de feiten begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen.
Verder moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan, en de veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel.
De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen het advies dat is uitgebracht door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker bij Verslavingszorg Noord-Nederland, in het voorlichtingsrapport van 2 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte een instabiel leven leidt. Verdachte beschikt niet over werk, inkomen en een vaste woonplek. Hij heeft een beperkt sociaal netwerk en er is geen sprake van behandeling of begeleiding. Verdachte laat weinig probleeminzicht en verantwoordelijkheid zien ten aanzien van zijn strafbare gedrag, openstaande schulden en verblijfsrechtelijke situatie. De kans op herhaling wordt als hoog ingeschat. De reclassering acht een ISD-maatregel passend en noodzakelijk.
De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat oplegging van een ISD-maatregel is aangewezen. Verdachte heeft de afgelopen jaren veel strafbare feiten gepleegd en blijft met politie en justitie in aanraking komen. De tot op heden opgelegde straffen hebben niet geleid tot het doen stoppen van voortdurende recidive door verdachte.
Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank oplegging van de maatregel geboden ter beveiliging van de maatschappij en ter beëindiging van de recidive van verdachte. De rechtbank zal aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen. De rechtbank zal daarnaast bepalen dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht niet van de duur van de maatregel zal worden afgetrokken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38m, 38n, 57, 311, 321, 417 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18.010896.25 feit 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder parketnummer 18.320064.25, parketnummer 08.253502.25 primair, parketnummer 18.239869.25, parketnummer 18.010896.25 feit 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Jong, voorzitter, mr. R.B. Maring en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.
mr. A. de Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.