Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1149

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
R.18/26/1066
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening 2015/848Art. 349a lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

Verzoeker heeft op 13 januari 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek op 20 februari 2026, waarbij verzoeker en een schuldhulpverlener van de Groningse Kredietbank aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is de procedure te openen omdat het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. Het verzoekschrift voldoet aan de gestelde eisen en verzoeker verkeert in een situatie waarin hij is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Er zijn geen gronden voor afwijzing.

De WSNP duurt standaard 18 maanden, te rekenen vanaf de dag van uitspraak of de dag van de eerste aflossing in een buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder ligt. Verzoeker heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum op grond van vier maanden aflossingen in augustus tot en met november 2025. De rechtbank acht dit voldoende onderbouwd en stelt de ingangsdatum vast op 5 november 2025.

De rechtbank benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris en stelt de termijn van de regeling vast tot 5 mei 2027. Tevens wordt de bewindvoerder gemachtigd tot het openen van aan verzoeker gerichte post.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP met eerdere ingangsdatum 5 november 2025 wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: R.18/26/1066

vonnis van 5 maart 2026

in de zaak van:
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker.

PROCESGANG

Verzoeker heeft op 13 januari 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna WSNP).
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 20 februari 2026. Daarbij is verzoeker verschenen tezamen met mevrouw [schuldhulpverleners] van de
Groningse Kredietbank.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
De WSNP duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
Verzoeker heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw, omdat hij vier maanden, te weten augustus, september, oktober en november 2025 heeft afgelost. De afdrachten zijn met stukken, waaronder berekeningen van het vrij te laten bedrag, onderbouwd. Verzoeker heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aangetoond dat hij op dit moment volledig arbeidsongeschikt is en het afgeloste bedrag de maximaal haalbare aflossing is. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om de ingangsdatum te bepalen op 5 november 2025.

BESLISSING

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf 5 november 2025, waardoor deze termijn eindigt op 5 mei 2027;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
gevestigd te [adres] ;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven
en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.S. Huizinga en in het openbaar uitgesproken op
5 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.