Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 20 februari 2026
[schuldenares] , geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , wonende [adres] , hierna te noemen de schuldenares,
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
22 december 2025, maar is daar niet verschenen. Tijdens het verhoor heeft de bewindvoerder verklaard dat de schuldenares sinds juni 2025 niet meer (aantoonbaar) heeft gesolliciteerd. Het lukt niet om met de schuldenares in contact te komen. De budgetbeheerder heeft dezelfde ervaring. De schuldenares neemt alleen contact op als zij extra geld nodig heeft. De rechter-commissaris heeft vervolgens de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
€ 3.127,51. Op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 5 Fw zal niet van rechtswege faillissement volgen aangezien er na aftrek van de kosten van de schuldsaneringsregeling, onvoldoende baten beschikbaar zullen zijn. Nu het uit te delen actief na aftrek van de boedelkosten (met name salaris en advertentiekosten) minder dan € 2.000,- bedraagt, kan naar het oordeel van de rechtbank het opmaken van een slotuitdelingslijst achterwege blijven en eindigt de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
BESLISSING
€ 3.810,74.
20 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]