ECLI:NL:RBNNE:2026:1120
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarden na beroep tegen vaststelling onroerende zaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zijn onroerende zaak voor de belastingjaren 2024 en 2025. De heffingsambtenaar had aanvankelijk de waarden vastgesteld op respectievelijk € 911.000 en € 1.018.000.
Tijdens de procedure heeft de heffingsambtenaar lagere waarden voorgesteld, namelijk € 890.000 voor 2024 en € 926.000 voor 2025, zoals onderbouwd met taxatiematrices. Eiser heeft zich neerlegd bij deze lagere waarden om praktische redenen.
De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de eerdere uitspraken op bezwaar vernietigd en de WOZ-waarden verlaagd naar de door de heffingsambtenaar voorgestelde bedragen. Tevens is bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser moet vergoeden, aangezien eiser geen andere proceskosten heeft gemaakt.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat partijen geen behandeling ter zitting wensten. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en verlaagt de WOZ-waarden voor 2024 en 2025 tot respectievelijk € 890.000 en € 926.000.