Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1120

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
LEE 24/3298 en LEE 25/3388
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarden na beroep tegen vaststelling onroerende zaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zijn onroerende zaak voor de belastingjaren 2024 en 2025. De heffingsambtenaar had aanvankelijk de waarden vastgesteld op respectievelijk € 911.000 en € 1.018.000.

Tijdens de procedure heeft de heffingsambtenaar lagere waarden voorgesteld, namelijk € 890.000 voor 2024 en € 926.000 voor 2025, zoals onderbouwd met taxatiematrices. Eiser heeft zich neerlegd bij deze lagere waarden om praktische redenen.

De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de eerdere uitspraken op bezwaar vernietigd en de WOZ-waarden verlaagd naar de door de heffingsambtenaar voorgestelde bedragen. Tevens is bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser moet vergoeden, aangezien eiser geen andere proceskosten heeft gemaakt.

De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat partijen geen behandeling ter zitting wensten. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na bekendmaking.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en verlaagt de WOZ-waarden voor 2024 en 2025 tot respectievelijk € 890.000 en € 926.000.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 24/3298 en LEE 25/3388
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 april 2026 in de zaken tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 juni 2024 en 22 augustus 2025.
Zaaknummer LEE 24/3298
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de onroerende zaak) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 911.000.
Zaaknummer LEE 25/3388
1.2.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.018.000.
Beide zaaknummers
1.3.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
Eiser en de heffingsambtenaar hebben nadere stukken ingediend.
1.6.
De rechtbank heeft bij bericht van 5 maart 2026 partijen laten weten dat zij uitspraak zal doen zonder de zaken op een zitting te behandelen, tenzij één of beide partijen binnen twee weken te kennen geeft wel een behandeling ter zitting te willen.
1.7.
Partijen hebben niet kenbaar gemaakt een behandeling ter zitting te willen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 19 maart 2026 en de zaken niet behandeld op een zitting. [1]

Overwegingen van de rechtbank

2. Ten aanzien van de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2023 (belastingjaar 2024) heeft de heffingsambtenaar in zijn nadere stuk van 26 januari 2026 een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is becijferd op € 890.000.
3. Ten aanzien van de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2024 (belastingjaar 2025) heeft de heffingsambtenaar bij zijn verweerschrift een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is becijferd op € 926.000.
4. De heffingsambtenaar stelt in beroep (inmiddels) voor beide jaren een lagere waarde voor de onroerende zaak dan aanvankelijk vastgesteld. Uit eisers bericht van 15 februari 2026 volgt dat hij zich (om praktische redenen) neerlegt bij die lagere waarden. Gelet daarop zal de rechtbank de beroepen gegrond verklaren, de uitspraken op bezwaar vernietigen en de waarden van de onroerende zaak overeenkomstig hetgeen hiervoor bij 2. en 3. vermeld vaststellen.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar en verlaagt de vastgestelde WOZ-waarden naar € 890.000 (2024) en € 926.000 (2025).
6. Omdat de beroepen gegrond zijn moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart de beroepen gegrond;
 vernietigt de uitspraken op bezwaar;
 vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2023 (belastingjaar 2024) tot een bedrag van € 890.000;
 vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2024 (belastingjaar 2025) tot een bedrag van € 926.000;
 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraken op bezwaar;
 bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van totaal € 104 (€ 51 in zaaknummer LEE 24/3298 en € 53 in zaaknummer LEE 25/3388 ) aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 9 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.