Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van de rechter
4.De beoordeling
5.De beslissing
- de verzoeker;
- de betrokken partij(en).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De verzoeker diende op 19 maart 2026 een wrakingsverzoek in tegen mr. P.G. Wijtsma, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, wegens vermeende partijdigheid. De verzoeker stelde dat de rechter zich inhoudelijk had uitgesproken over een zaak waarin het ministerie betrokken was, terwijl hij ook bij andere besluiten betrokken zou zijn geweest, wat de onafhankelijkheid zou schenden. Tevens werd aangevoerd dat de rechter in eerdere procedures onjuiste verklaringen had afgelegd.
De rechter reageerde schriftelijk op 24 maart 2026 en ontkende elke vorm van partijdigheid of onjuistheden in zijn uitspraken. De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de onpartijdigheid van rechters wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Ook het beroep op eerdere procedures werd afgewezen omdat het verzoek pas na uitspraak in die zaken werd ingediend. De wrakingskamer verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en besloot de lopende procedures voort te zetten zonder mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. P.G. Wijtsma is kennelijk ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet.