Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van compensatie voor de maanden november en december 2013 in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire. De Dienst Toeslagen had de compensatie afgewezen omdat zij meende dat sprake was van een ernstige onregelmatigheid, omdat niet was gebleken dat eiseres in die maanden kinderopvang had afgenomen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres wel degelijk kinderopvang heeft afgenomen in die periode, onder meer door een ondertekende plaatsingsovereenkomst, een overzicht van openstaande facturen en een bankafschrift van een betaling aan een derdengeldrekening. Ook is niet in geschil dat eiseres een opleiding volgde waarvoor opvang noodzakelijk was. De Dienst Toeslagen heeft ten onrechte aangenomen dat sprake was van een ernstige onregelmatigheid.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover de compensatie over november en december 2013 is afgewezen en draagt de Dienst Toeslagen op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.