ECLI:NL:RBNNE:2026:1055
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beschermd wonen Wmo 2015 wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Groningen inzake beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. Het college had eerder besloten dat verzoeker in aanmerking kwam voor beschermd wonen van 31 juli 2025 tot 30 juli 2027. Na een time-out en pandverbod vanwege overtreding van verblijfvoorwaarden heeft verzoeker verzocht de indicatie per 12 februari 2026 in te trekken, wat het college heeft gedaan.
Verzoeker wilde dat de indicatie per 29 december 2025 werd beëindigd en stelde een spoedeisend belang vanwege mogelijke hogere eigen bijdrage en rechtsonzekerheid. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang bestaat omdat de indicatie inmiddels is beëindigd en er geen financiële noodzaak is gebleken.
Het bezwaar van verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af zonder zitting, conform artikel 8:83 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 13 maart 2026 door voorzieningenrechter H.J. Bastin.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.