Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Veendam, het college
Samenvatting
Inleiding en procesverloop
Standpunten van partijen
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2018 zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres van eiseres. Daarom is het besluit op het bezwaar van 26 maart 2025 inzake de intrekking en terugvordering van algemene en bijzondere bijstand van X vernietigd en is het college opgedragen om een nieuw besluit op het bezwaar te nemen in overeenstemming met wat in die uitspraak is overwogen. Gelet hierop was het college op grond van artikel 59, vierde lid, van de PW niet bevoegd de kosten van de aan X verleende algemene en bijzondere bijstand mede van eiser terug te vorderen. Dit betekent dat ook het bestreden besluit van eiser moet worden vernietigd en het college een nieuw besluit op het bezwaar van eiser moet nemen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 15 april 2025;
- draagt het college op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.