ECLI:NL:RBNNE:2026:1023

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
18.124322.25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorbereiding en opruiing tot terroristische bomaanslagen door minderjarige

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 31 maart 2026 een minderjarige veroordeeld voor het voorbereiden van bomaanslagen met terroristisch oogmerk bij het Vlaams Parlement in Brussel en de militaire vliegbasis Deelen. Daarnaast werd hij schuldig bevonden aan opruiing tot terroristische misdrijven via een door hem opgerichte Telegramgroep.

De bewezenverklaring berustte op zijn eigen duidelijke bekentenissen, diverse proces-verbalen van verhoren en bevindingen, en digitale bewijzen zoals video's en screenshots van de vliegbasis. De rechtbank oordeelde dat het gevaar voor goederen aanwezig was, maar niet het gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar, waardoor hij op dat punt deels werd vrijgesproken.

Gezien de ernst van de feiten, de jonge leeftijd van de verdachte en zijn medewerking aan schorsingsvoorwaarden, legde de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden op met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder behandeling bij het Landelijke Steunpunt Extremisme en jeugdreclasseringstoezicht. Ook werd zijn mobiele telefoon verbeurd verklaard.

Uitkomst: Voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden met bijzondere voorwaarden en verbeurdverklaring van mobiele telefoon.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.124322.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 31 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 maart 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.M. Terpstra, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2024 tot en met 15 november 2024, althans in de maand(en) oktober 2024 en/of november 2024, te [plaats] , althans in Nederland en/of België, opzettelijk met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de te plegen misdrijven omschreven in artikel 157 en Pro/of 176a en/of 176b van het Wetboek van Strafrecht, te weten het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (te) begaan met een terroristisch oogmerk een ander getracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen (96 lid 2 sub 1) en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen (96 lid 2 sub 2), immers heeft hij, verdachte:
  • via Telegram, althans via het internet, een persoon benaderd en/of contact gelegd met een persoon om een tas met een bom op te halen en/of (vervolgens) aan te steken op het adres Leuvenseweg 86, 1000 Brussel (te weten het adres van het Belgisch Parlement) en/of voornoemde persoon daarvoor een bedrag van 1500,- geboden, waarvan een bedrag van 200,- euro vooraf betaald zou worden en/of
  • via Telegram, althans via het internet, een persoon benaderd en/of contact gelegd met een persoon en/of met voornoemde persoon een video en/of screenshots van vliegbasis Deelen gedeeld en/of daarbij de toegangsweg en/of route van het terrein beschreven en/of een locatie gedeeld waar explosieven geplaatst kunnen worden en/of voor zichzelf en/of ter deling met anderen een of meer afbeeldingen, te weten een video en meerdere screenshots, van het vliegveld Deelen heeft vervaardigd en/of in bezit gehad met daarbij plannen (toegangsweg, route en locaties) om daar een of meerdere bomaanslagen te plegen;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2024 tot en met 5 november 2024 te [plaats] en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (te) begaan met een terroristisch oogmerk immers heeft verdachte zich inlichtingen en/of middelen verschaft door een of meer afbeeldingen, te weten een video en meerdere screenshots, van het vliegveld Deelen te vervaardigen en/of in bezit gehad met daarbij plannen (toegangsweg, route en locaties) om daar een of meerdere bomaanslagen te plegen en/of heeft hij,
verdachte, een ander getracht inlichtingen en/of middelen te verschaffen, te weten een ander getracht een explosief/bom, informatie over het adres (van het Belgisch Parlement) en/of financiële middelen te doen toekomen teneinde een bom te laten afgaan bij het Belgisch Parlement;
2.
hij in of omstreeks de periode van 21 november 2023 tot en met 19 december 2024, althans in het jaar 2023 en/of 2024, te [plaats] , althans in Nederland, (meermalen) in het openbaar mondeling en/of bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, terwijl het/de strafbare feit(en) waartoe word(t)(en) opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, immers heeft hij, verdachte middels bericht(en) via de openbare Telegramgroep “ [naam Telegram groep] ” en/of overige openbare Telegramgroepen (een) oproep(en) gedaan om een terroristische aanslag te plegen en/of (hierbij) gezegd “We moeten in opstand” en/of “We moeten iets doen, anders is dit land binnen 10 jaar helemaal naar de kanker” en/of “Gwn huurlingen huren” en/of “Aan wapens komen en revolutie” en/of “Al die non Nederlanders moeten optyfen” en/of "Eerst ervoor zorgen dat er een reden is dat het volk in opstand komt, dus chaos creëren, want we leven in vrijwel gelukkig land dus we hebben juist niet veel steun van het volk, meer kan ik niet zeggen in deze groep".

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde gevorderd.
Ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde heeft hij aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat verdachte voorbereidings- en bevorderingshandelingen heeft gepleegd om bomaanslagen te plegen bij het Belgische Parlement en Vliegveld Deelen. Deze bomaanslagen hadden een evident terroristisch oogmerk, nu het hogere doel voor verdachte was dat hij door het plegen van die bomaanslagen een deel van de bevolking vrees wilde aanjagen dan wel de fundamentele politieke structuren van een land wilde ontwrichten.
Met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde heeft hij aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat alle uitingen, zoals opgenomen in de tenlastelegging, zijn gedaan vanuit één van de accounts van verdachte. De inhoud verwijst naar wapens en opstand. Dit vindt plaats in een context waarbij ook door anderen wordt opgeroepen tot de dood van vooral vreemdelingen en waarbij geweld wordt verheerlijkt. Ook door verdachte. De kennelijke bedoeling van verdachte was duidelijk. Hij wilde chaos creëren, aan wapens komen en een revolutie ontketenen. De doelgroep was gelijkgestemden. Hij zocht medestanders om zijn hogere doel te bereiken. Hierbij speelt een rol dat hij ook de oprichter van de openbare Telegramgroep is geweest. Gelet op de brede context van de uitingen kan niet anders worden geconcludeerd dan dat ze oproepen tot het plegen van geweld tegen de overheid en/of vreemdelingen met het doel om chaos te creëren om uiteindelijk het politieke landschap te veranderen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweren gevoerd en heeft aangegeven dat zij zich ten aanzien van een bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank refereert.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1. primair en 2. bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig
heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 maart 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte d.d. 26 februari 2025, opgenomen op pagina 87 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025044375 d.d. 24 april 2025, inhoudende de verklaring van verdachte;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte d.d. 23 april 2025, opgenomen op pagina 136 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 april 2025, opgenomen op pagina 109 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 februari 2025, opgenomen op pagina 42 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door Politie Noord-Nederland met nummer [nummer] , d.d. 12 maart 2026 (een aanvullend stuk), inhoudende het relaas van verbalisanten.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder 1.primair ten laste gelegde
Onder 1. primair wordt verdachte verweten het voorbereiden of bevorderen van een ontploffing te weeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, gemeen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar voor een ander te duchten is, terwijl hij hierbij een terroristisch oogmerk had.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op internet in een Telegram chatgroep heeft gevraagd wie er geld wilde verdienen. Hierop reageerde een persoon. Verdachte had via Telegram contact met deze persoon en heeft de persoon in de chat instructies gegeven om een tas met een bom op te halen en deze af te steken op het adres van het Vlaams Parlement in Brussel. Verdachte zou de reiskosten van deze persoon betalen en ook zou de persoon hiervoor 1.500,- ontvangen, waarvan 200,- vooraf. De andere persoon heeft via de chat bericht hiermee akkoord te gaan. Uiteindelijk heeft het geen doorgang gevonden, omdat de andere persoon niet meer heeft gereageerd. Verdachte heeft verklaard dat hij de bom wilde laten ontploffen bij het parlement in Brussel, omdat Brussel de hoofdstad van Europa is. Hij wilde chaos en een opstand veroorzaken die zou overwaaien naar Nederland, waardoor uiteindelijk de Nederlandse regering zou aftreden.
Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte een video en screenshots van vliegbasis Deelen heeft gemaakt en deze heeft bewaard. In deze video en screenshots worden instructies gegeven over waar exact men het terrein van de vliegbasis op moet gaan, welke route gelopen moet worden en aan het einde van de video worden locaties aangegeven waar explosieven moeten worden geplaatst. De gehele video bestaat uit printscreens van google maps, met als audio een computer gegenereerde stem welke uitleg verschaft. Verdachte heeft verklaard dat hij een aanslag wilde plegen op de militaire vliegbasis door explosieven op de landingsbaan van deze vliegbasis te laten plaatsen. Hij heeft daarom deze video gemaakt en bewaard en aan zichzelf gestuurd in een ander account. Hij had dit vliegveld gekozen, omdat
het een grote militaire vliegbasis van Nederland is en dat een aanslag veel impact zou hebben op de stabiliteit van het leger. Daardoor zouden volgens verdachte rellen en opruiingen onder de bevolking ontstaan, waardoor uiteindelijk de Nederlandse regering zou aftreden.
De rechtbank overweegt gelet op het voorgaande dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte bij zowel bij het Vlaams Parlement als bij vliegbasis Deelen het oogmerk had om een ontploffing voor te bereiden of te bevorderen.
Voor een bewezenverklaring van het teweegbrengen van een ontploffing geldt dat het opzet van de dader gericht moet zijn op de ontploffing zelf en niet gericht hoeft te zijn op de gevolgen die het teweegbrengt. Het gevaar voor goederen, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel moet ten tijde van de ontploffing naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. Bij een voorbereiding of bevordering van een ontploffing is vereist, dat het naar algemene ervaringsregels voorzienbaar is dat bedoelde voorwerpen en/of stoffen gevaar opleveren voor de in artikel 157 van Pro het Wetboek van Strafrecht beschermde rechtsgoederen.
De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat er sprake is van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen bij de voorgenomen ontploffingen bij het Vlaams Parlement en bij vliegbasis Deelen. Niet blijkt wanneer de ontploffingen moesten plaatsvinden, overdag of s nachts, en of daar personen bij aanwezig zouden zijn geweest. Daarom is naar algemene ervaringsregels niet voorzienbaar geweest, dat door de ontploffingen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen te duchten was. De rechtbank zal verdachte daarom van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken. Uit de bewijsmiddelen volgt wel dat gevaar voor goederen te duchten was, zodat de rechtbank dit deel bewezen acht.
De rechtbank is van oordeel dat het terroristisch oogmerk, zoals omschreven in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht, voor zowel de bomaanslag bij het Vlaams Parlement als bij vliegbasis Deelen duidelijk uit de bewijsmiddelen blijkt. Verdachte had het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van onder meer Nederland ernstig vrees aan te jagen en de fundamentele politieke structuren van Nederland ernstig te ontwrichten of te vernietigen. De rechtbank vindt daarom ook het terroristisch oogmerk bewezen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1. primair ten laste gelegde voorbereiding of bevordering van het teweegbrengen van een ontploffing met terroristisch oogmerk, wettig en overtuigend bewezen. Van het voorbereiden of bevorderen van brandstichting is niet gebleken. De rechtbank zal verdachte daarom van dat deel van de tenlastelegging vrijspreken.
Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde
Onder 2. wordt verdachte, kortgezegd, verweten dat hij in het openbaar bij geschrift tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf betreft.
Bij de beoordeling of de door een verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus opruiend zijn in de zin van artikel 131 van Pro het Wetboek van Strafrecht, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard (HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2020). Niet is uitgesloten dat ook een indirecte aansporing tot enig strafbaar feit kan worden aangemerkt als opruiing (HR 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:447). Om tot een bewezenverklaring van opruiing te komen, is niet vereist dat de opruiing enig gevolg heeft gehad. Ook is niet vereist dat vast komt te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbare feit waartoe is opgeruid, zal plaatsvinden.
Uit de bewoordingen van artikel 131, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht volgt dat voor een veroordeling op grond van die bepalingen toereikend is dat wordt opgeruid tot een terroristisch misdrijf, dus een misdrijf als bedoeld in artikel 83 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Niet is vereist dat de opruiing zelf met een terroristisch oogmerk plaatsvindt.
Verdachte heeft bekend dat hij de teksten genoemd in de tenlastelegging op verschillende momenten heeft geschreven in een openbare Telegram groep genaamd [naam Telegram groep] . Verdachte heeft deze groep zelf aangemaakt om gelijkgestemden te vinden en met hen te kunnen communiceren. In deze openbare groep konden ook niet leden meekijken. Verdachte heeft vervolgens met verschillende accounts berichten, zoals genoemd in de tenlastelegging, in deze groep geplaatst. Ook reageerde hijzelf met een ander account aanmoedigend op deze berichten. De inhoud van de berichten verwijst naar wapens en opstand tegen de regering. Dit vindt plaats in een context waarbij ook door anderen wordt opgeroepen tot de dood van vooral vreemdelingen en waarbij geweld wordt verheerlijkt, ook door verdachte. Verdachte heeft duidelijk over zijn bedoeling verklaard. Deze komt overeen met zijn bedoeling voor het onder 1. primair ten laste gelegde. Hij wilde chaos, rellen en een opstand veroorzaken welke uiteindelijk zouden leiden tot het afreden van de Nederlandse regering.
De rechtbank is van oordeel dat met de ten laste gelegde berichten, gelet op de inhoud en de strekking daarvan, in onderlinge samenhang bezien en in de context waarin ze zijn geplaatst, tot diverse terroristische misdrijven in de zin van artikel 83 van Pro het Wetboek van Strafrecht wordt aangespoord, zoals een aanslag tegen het Rijk met als doel het politieke landschap te veranderen. De rechtbank vindt daarom bewezen dat verdachte telkens heeft opgeruid met terroristische misdrijven.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. primair
hij in de periode van 9 oktober 2024 tot en met 15 november 2024 in Nederland, opzettelijk met het oogmerk om ter voorbereiding en ter bevordering van de te plegen misdrijven omschreven in artikel 157 en Pro 176a van het Wetboek van Strafrecht, te weten het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is te begaan met een terroristisch oogmerk
- door een ander getracht te bewegen om het misdrijf te plegen of mede te plegen, immers heeft hij, verdachte via Telegram contact gelegd met een persoon om een tas met een bom op te halen en vervolgens aan te steken op het adres Leuvenseweg 86, 1000 Brussel , te weten het adres van het Belgisch Parlement, en voornoemde persoon daarvoor een bedrag van
1.500,- geboden, waarvan een bedrag van 200,- vooraf betaald zou worden en
- door inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich te verschaffen, immers heeft hij, verdachte voor zichzelf en ter deling met anderen een of meer afbeeldingen, te weten een video en meerdere screenshots, van het vliegveld Deelen vervaardigd en in bezit gehad met daarbij plannen, toegangsweg, route en locaties om daar een of meerdere bomaanslagen te plegen;
hij in de periode van 21 november 2023 tot en met 19 december 2024 in Nederland, meermalen in het openbaar mondeling en bij geschrift tot enig strafbaar feit en gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, terwijl de strafbare feiten waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, immers heeft hij, verdachte middels berichten via de openbare Telegramgroep “ [naam Telegram groep] ” oproepen gedaan om een terroristische aanslag te plegen en hierbij gezegd “We moeten in opstand” en “We moeten iets doen, anders is dit land binnen 10 jaar helemaal naar de kanker” en “Gwn huurlingen huren” en “Aan wapens komen en revolutie” en “Al die non Nederlanders moeten optyfen” en "Eerst ervoor zorgen dat er een reden is dat het volk in opstand komt, dus chaos creëren, want we leven in vrijwel gelukkig land dus we hebben juist niet veel steun van het volk, meer kan ik niet zeggen in deze groep".
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
1. primair met het oogmerk om een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, te bevorderen door een ander getracht te bewegen om het misdrijf te plegen of mede te plegen
en
met het oogmerk om een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, voor te bereiden door zich inlichtingen tot het plegen van het misdrijf te verschaffen,
beide malen begaan met een terroristisch oogmerk;
2. in het openbaar bij geschift tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig
optreden tegen het openbaar gezag opruien, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), alsmede een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit te volstaan met oplegging van een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van één jaar en bij oplegging van de bijzondere voorwaarden de rol van de jeugdreclassering te specificeren en te minimaliseren, zodat de hulpverlening vooral door het Landelijke Steunpunt Extremisme (hierna: LSE) wordt uitgevoerd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat, gelet op het tijdsverloop en de intensieve schorsingsperiode, de proeftijd tot één jaar moet worden beperkt. Het traject van LSE zou binnen een jaar gereed moeten zijn. In het geval de rechtbank een langere proeftijd oplegt wordt verzocht om te bepalen dat de bemoeienis van de jeugdreclassering eindigt op het moment dat het traject bij het LSE is afgerond. Oplegging van daarnaast een taakstraf is niet passend en geboden, gelet op de jonge leeftijd van verdachte, de omstandigheid dat hij first-offender is, het al lange tijd goed gaat, hij veel beschermingsfactoren heeft en het recidive risico als laag wordt ingeschat. Ook dient hij al zijn energie te steken in het traject bij het LSE en school.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het trajectconsult opgemaakt door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie van 22 mei 2025, het advies van Reclassering Nederland van 18 juli 2025, het advies van de Raad van 11 maart 2026, de toelichting van de medewerker van de Raad hierop ter terechtzitting, hetgeen de jeugdreclasseringsbegeleider ter terechtzitting heeft verklaard, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De destijds twaalf- of dertienjarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidings-handelingen om bomaanslagen te plegen bij het Vlaams Parlement in Brussel en de militaire vliegbasis Deelen. Hij had hierbij een terroristische bedoeling. Hij heeft een persoon geld geboden om de bomaanslag in Brussel te plegen. Het is niet zover gekomen omdat deze persoon niet meer reageerde op de berichten van verdachte. Verdachte was ondertussen al wel via internet op zoek naar vals geld om de persoon mee te betalen en om een vuurwapen te kopen. Voor de voorbereiding van de bomaanslag bij de vliegbasis heeft verdachte een video en screenshots van de vliegbasis gemaakt en heeft deze bewaard. In deze video en screenshots worden instructies gegeven over waar exact men het terrein van de vliegbasis op moet gaan, welke route gelopen moeten worden en aan het einde van de video worden locaties aangegeven waar explosieven moeten worden geplaatst. Daarnaast heeft verdachte via een door hemzelf opgerichte Telegramapp opgeruid tot het plegen van terroristische misdrijven.
Verdachte is een aanhanger van het accelerationistisch gedachtengoed. Dit is een rechts-extremistisch gedachtengoed, waarbij het creëren of versnellen van chaos wordt nagestreefd om zo een rassenoorlog en
de vervanging van de democratie door een witte etnostaat te bespoedigen. Om deze oorlog te ontketenen proberen rechts-terroristen zoveel mogelijk chaos te creëren in de samenleving, door het plegen van aanslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij wilde dat er iets veranderde, omdat volgens hem het hele land ten onder gaat door inflatie, hoge belasting en andere problemen zoals de wolf. Ook is hij bang dat door immigratie van buitenlanders de Friese identiteit verdwijnt. Hij durfde deze ideeën niet verbaal te uiten tegen de mensen in zijn omgeving. Daarom heeft hij diverse Telegramgroepen opgericht, zodat hij kon communiceren met gelijkgestemden. Hij wilde zaken veranderen, maar hij dacht dat dit hem met politiek niet zou lukken. Hij kwam daarom op het idee om aanslagen te plegen. Hij wilde de bomaanslagen plegen om hiermee chaos en een opstand te veroorzaken, wat uiteindelijk zou leiden tot een nieuwe regering en een nieuw Nederland.
Verdachte had de bedoeling de bevolking van onder meer Nederland ernstige vrees aan te jagen hetgeen zou leiden tot een opstand en uiteindelijk tot het ontwrichten van de Nederlandse democratische politieke structuur. Dit zijn zeer kwalijke strafbare feiten, waarvoor het uitgangspunt een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is. De rechtbank vindt het daarnaast erg zorgelijk dat verdachte deze feiten op jonge leeftijd heeft gepleegd.
Verdachte is nog niet eerder in aanraking geweest met justitie. Verdachte ging ervan uit dat hij op internet anoniem was en is er erg van geschrokken dat de politie hem kon traceren. Ook de politieverhoren en het verhoor bij de rechter-commissaris hebben indruk op hem gemaakt. De voorlopige hechtenis van verdachte is op 25 april 2025 geschorst onder voorwaarden. Verdachte heeft zich aan deze voorwaarden gehouden. Deze hielden onder meer in contact met de jeugdreclassering en meewerken aan het traject van LSE. Ook had verdachte een social mediaverbod. Het contact met LSE is vanwege wachtlijsten pas in januari 2026 opgestart en is daarom nog pril. Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zich open en eerlijk heeft opgesteld richting de jeugdreclassering. Uit deze gesprekken en ook uit hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard blijkt dat hij nog steeds extremistische denkbeelden heeft en dat hij zich ernstig zorgen maakt om zijn Friese identiteit voor de toekomst.
De Raad heeft geadviseerd een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden op te leggen. Zij vindt het belangrijk dat met verdachte het gesprek wordt gevoerd over zijn gevoelens van zorg en onvrede. Niet om zijn gedachten te willen veranderen of zijn gevoelens teniet te willen doen, maar wel om hem te voorzien van een meer volledige beeldvorming als tegenhanger van meer eenzijdige denkbeelden en om hem te leren om ook zelf alert te zijn op eenzijdige beeldvorming. Daarnaast dient het gesprek te gaan over mogelijkheden waarop verdachte zijn zorgen en onvrede kan uiten dan wel proberen op te lossen. Dit moet volgens de Raad worden gedaan door mensen die specialistische kennis hebben van extremistische denkbeelden en/of ideologieën en die goed de risicos en valkuilen kunnen herkennen en bespreekbaar kunnen maken, zoals het LSE. Uit het onderzoek van de Raad blijkt voorts dat verdachte zich verder op alle leefgebieden positief lijkt te ontwikkelen. Om de inzet van het LSE mogelijk te maken en hierop toezicht te kunnen houden en te kunnen waarborgen wordt, naast de behandeling door het LSE, geadviseerd om als bijzondere voorwaarde een jeugdreclasseringsmaatregel op te leggen, met daarbij de kanttekening dat de nadruk ligt op de begeleiding door het LSE.
De Raad ziet geen pedagogische meerwaarde in het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie of een werkstraf naast de voorwaardelijke jeugddetentie. Dit is te belastend voor verdachte in combinatie met zijn school en de gesprekken met de hulpverlening waar verdachte aan moet voldoen.
De rechtbank kan zich vinden in het advies van de Raad en neemt dit advies over. Gelet op ernst van de strafbare feiten, de nog zeer jonge leeftijd van verdachte toen hij de strafbare feiten pleegde en het tijdsverloop waarin verdachte actief heeft meegewerkt aan de schorsingsvoorwaarden vindt de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van drie maanden passend en geboden. Dit is een langere
jeugddetentie dan door de officier van justitie is gevorderd, maar de rechtbank is van oordeel dat dit meer recht doet aan de ernst van de delicten. Deze voorwaardelijke straf is met aftrek van het voorarrest en de rechtbank zal aan deze voorwaardelijke straf een proeftijd van twee jaren verbinden met bijzondere voorwaarden. De rechtbank legt geen proeftijd op van één jaar zoals door de verdediging is bepleit, omdat de behandeling door het LSE nog maar kortgeleden is opgestart en de rechtbank van oordeel is dat het van belang is voor de ontwikkeling van verdachte dat hij dit traject goed en volledig volgt. Daarnaast wordt de jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd om toezicht te houden op dit traject en waar nodig dit traject aan te vullen. Daarbij kan het ook zo kan zijn dat de jeugdreclassering verdachte na afloop van de behandeling door het LSE, gedurende het restant van de proeftijd nog blijft begeleiden, indien zij dat nodig vindt. De jeugdreclassering kan zodoende een vinger aan de pols houden.
De rechtbank ziet hiernaast geen aanleiding om een werkstraf op te leggen, zoals door de officier van justitie is gevorderd. Een werkstraf past niet bij de ernst van de feiten en de behandeling die verdachte dient te volgen is intensief. Het is belangrijk voor zijn ontwikkeling dat hij hier zijn energie op kan richten, naast zijn school en stage.

Inbeslaggenomen goederen

De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van mobiele telefoon van verdachte die in beslag is genomen.
De rechtbank vindt de inbeslaggenomen mobiele telefoon, merk en type Oppo A78 G5, vatbaar voor verbeurdverklaring nu het bewezenverklaarde hiermee is begaan en deze toebehoort aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 77a, 77i, 77g, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 96, 131, 157 en 176b van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. primair en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een jeugddetentie voor de duur van drie maanden.
Bepaalt dat deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd:
  • binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid op het adres [adres] en dat hij zich daarna zal blijven melden zo lang en zo frequent als deze instelling dat noodzakelijk vindt en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken, waarbij het met name de bedoeling is dat de jeugdreclassering de hierna genoemde behandeling van het Landelijke Steunpunt Extremisme (hierna: LSE) ondersteunt, waarborgt en mogelijk aanvult;
  • verplicht onder behandeling van het LSE stelt en meewerkt aan de doelen die worden gesteld, waarbij veroordeelde zich houdt aan de door die instelling te geven huisregels en voor zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt.
Draagt voornoemde instelling op toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarde en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat veroordeelde:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij een mogelijke uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen mobiele telefoon van het merk en type Oppo A78 5G.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. G.C. Koelman en mr.
C.A.M. Veenbaas, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 maart 2026.