Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster], gevestigd in [vergunninghoudster], vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedaan op 15 januari 2026, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers afgewezen. Verzoekers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde mr. A. Collignon, hadden bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van een Regionale Opvanglocatie (ROL) met 45 woningen voor het COA in Leeuwarden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, vertegenwoordigd door mr. J.J. Hengst en K.I. Thoma, had gereageerd met een verweerschrift. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 juli 2025 behandeld, waarbij verzoekers zich lieten vertegenwoordigen door meerdere gemachtigden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen aanleiding was voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat de rechtbank in een separate uitspraak het beroep van verzoekers gegrond had verklaard en het bestreden besluit had vernietigd. Hierdoor was er geen noodzaak voor een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft ook aangegeven dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling op basis van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, wat betekent dat de omgevingsvergunning voorlopig van kracht blijft.