Betrokkene kreeg een boete van €109 wegens parkeren op een plek met parkeerverbod (bord E1) op 2 november 2022 in Leeuwarden. Betrokkene parkeerde in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak bij het Paleis van Justitie, met een parkeervergunning verstrekt door de beveiliging. Hoewel een collega van betrokkene in een vergelijkbare situatie gelijk kreeg, werd het beroep van betrokkene ongegrond verklaard vanwege te late indiening.
De kantonrechter oordeelde dat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 27 augustus 2023 terwijl de termijn op 24 augustus 2023 eindigde. Betrokkene voerde geen geldige redenen aan voor de overschrijding; vakantie en buikgriep werden niet als voldoende geaccepteerd. De kantonrechter verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie gaf aan dat de boete alsnog zal worden ingetrokken, conform het beleid van de gemeente om geen boetes uit te schrijven aan mensen die evident aan het werk zijn. Tevens werd een reiskostenvergoeding van €62,40 toegekend aan betrokkene vanwege de bijzondere omstandigheden, ondanks de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 27 februari 2025 door kantonrechter Jansen in Leeuwarden. Betrokkene werd in de proceskosten ontlast en gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken, mits aan voorwaarden wordt voldaan.