Op 6 april 2023 werd betrokkene beboet voor het vervoeren van een passagier jonger dan 12 jaar en korter dan 1,35 meter zonder gebruik van een kinderbeveiligingssysteem op de Rijksweg A6 bij Eesterga. Betrokkene voerde aan dat de verbalisant de cautie niet had verleend, waardoor de verklaring onrechtmatig verkregen zou zijn. Tevens betwistte zij de waarneming van de lengte van het kind en beriep zich op een uitzonderingsgrond voor incidenteel vervoer.
De kantonrechter oordeelde dat de cautieplicht niet was geschonden omdat betrokkene geen belastende verklaring had afgelegd en dat de vragen over ouderschap en bestemming niet als bewijs waren gebruikt. De waarneming dat het kind op de achterbank stond zonder gordel werd als betrouwbaar beschouwd, waardoor de uitzonderingsgrond van artikel 59b RVV 1990 niet van toepassing was.
De kantonrechter zag geen reden tot matiging van de opgelegde sanctie van €249,00 en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van deze beslissing.