ECLI:NL:RBNNE:2025:770
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken behandelend rechter en onvoldoende concrete feiten
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een niet nader genoemde rechter in een civiele procedure, stellende dat sprake was van schending van artikel 6 EVRM Pro, machtsmisbruik, partijdigheid en belangenverstrengeling binnen de rechtbank. Hij verwees naar het herhaaldelijk plannen van zittingen zonder zijn aanwezigheid en het oproepen van betrokken medewerkers als getuigen, wat volgens hem de schijn van vooringenomenheid wekte.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een individuele rechter die een zaak behandelt en dat concrete feiten of omstandigheden moeten worden aangevoerd die de onpartijdigheid van die rechter aantasten. Ten tijde van het verzoek was er echter nog geen rechter belast met de zaak, zodat het verzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Ook het wraken van de rolrechter werd afgewezen omdat het een procedurele beslissing betrof waartegen geen wrakingsverzoek mogelijk is. De wrakingskamer verklaarde het verzoek derhalve kennelijk niet-ontvankelijk zonder behandeling ter zitting. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van behandelend rechter en onvoldoende concrete feiten.