ECLI:NL:RBNNE:2025:5838

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
11602569 BU VERZ 25-570
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren in parkeerverbodszone

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op 31 oktober 2023 in een parkeerverbodszone (bord E1) aan de Liefkensstraat in Winschoten. Betrokkene stelde dat het E1-bord niet zichtbaar was en dat er geen foto van zijn voertuig bestond waarop het bord te zien was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter constateerde dat hoewel de verbalisant in het zaakoverzicht onjuist vermeldde dat het bord E1 aan de zijde van de weg stond waar het voertuig geparkeerd stond, dit geen reden was om de sanctiebeslissing te vernietigen. Betrokkene was niet in zijn verdedigingsbelang geschaad omdat hij wist waar de gedraging had plaatsgevonden en dat het een parkeerverbodszone betrof.

Verder oordeelde de kantonrechter dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bebording niet aanwezig of niet deugdelijk was. De boete werd daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak werd mondeling gedaan op 10 december 2025 in Groningen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodszone wordt ongegrond verklaard en de boete wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262951890
zaaknummer: 11602569 BU VERZ 25-570
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 december 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 31 oktober 2023, om 13:44 uur, op de Liefkensstraat in Winschoten, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat hij in een eerdere brief foto’s heeft bijgevoegd waarop het E1-bord niet te zien is. Daarnaast heeft betrokkene verzocht om een foto van zijn voertuig, maar die zou niet bestaan. Vervolgens kreeg betrokkene een foto waarop slechts de helft van de nummerplaat te zien is.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. De kantonrechter constateert allereerst dat de verbalisant in het zaakoverzicht verklaart dat het bord E1 is geplaatst aan de zijde van de weg waar het voertuig stond geparkeerd. Uit de beschikbare informatie blijkt echter dat sprake is van een gedraging binnen een parkeerverbodszone (bord E1). Niet elke onjuiste vermelding in het zaakoverzicht rechtvaardigt vernietiging van de sanctiebeslissing. Hierbij is van belang of bij de betrokkene redelijkerwijs geen misverstand kan zijn ontstaan over de vraag om welke gedraging het gaat en waartegen hij zich moet verdedigen.
5. Betrokkene is niet in zijn verdedigingsbelang geschaad. Betrokkene weet waar de gedraging is verricht en had kunnen vaststellen dat sprake is van een parkeerverbodszone. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om consequenties te verbinden aan de verschrijving van de verbalisant in het zaakoverzicht.
6. Uit de beschikbare informatie blijkt dat sprake is van een gedraging binnen een parkeerverbodszone (bord E1). Daarom mag van betrokkene worden verwacht dat hij zijn rijroute kenbaar maakt. [1] Omdat betrokkene dit niet heeft gedaan, heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de bebording niet aanwezig of niet deugdelijk was. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de bebording. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803, r.o. 8.