ECLI:NL:RBNNE:2025:5829
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding snelheid binnen bebouwde kom
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden van 5 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 17 januari 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 26 november 2025 betwistte betrokkene de gedraging niet, maar voerde aan dat de boete en de verhoging daarvan niet op een toereikende wettelijke grondslag berusten. Tevens stelde betrokkene dat verkeersboetes als belastingen moeten worden aangemerkt en daarom op een belastingwet gebaseerd moeten zijn. De kantonrechter stelde vast dat betrokkene geen zekerheid had gesteld, maar besloot het bedrag op nul te zetten en de zaak inhoudelijk te behandelen.
De kantonrechter oordeelde dat de minister van Justitie en Veiligheid bevoegd is om boetes te verhogen en dat het gebruik van boeteopbrengsten voor de rijksbegroting deze bevoegdheid niet aantast. Er werd geen strijd met grondrechten, verdragen of algemene rechtsbeginselen vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens 5 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.