ECLI:NL:RBNNE:2025:5824

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
11669535 BU VERZ 25-848
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 5.2.51 Regeling voertuigenArt. 5.2.51a Regeling voertuigenArt. 5.2.57 Regeling voertuigenArt. 5.2.57a Regeling voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor meer verlichting dan toegestaan op bedrijfsauto

Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het rijden met meer verlichting dan toegestaan op 2 februari 2024 op de Rijksweg (A7) in Drachtstercompagnie met een bedrijfsauto. De boete bedroeg €169,00 inclusief administratiekosten.

Betrokkene stelde dat de extra verlichting niet daadwerkelijk werd gevoerd, maar slechts apart kon worden geschakeld, en verwees naar de 'wijze van keuren' bij de RDW-keuring die toestaat dat dergelijke verlichting niet werkt. De kantonrechter oordeelde echter dat de 'wijze van keuren' alleen betrekking heeft op de RDW-keuring en niet op het vaststellen van de gedraging tijdens het rijden.

Op basis van foto’s en de verklaring van de verbalisant werd vastgesteld dat het voertuig was voorzien van meer verlichting dan toegestaan en dat de overtreding tijdens het rijden plaatsvond. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen of te vernietigen en wees het beroep ongegrond. Vergoeding van proceskosten werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens meer verlichting dan toegestaan wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263989332
zaaknummer: 11669535 BU VERZ 25-848

uitspraak van de kantonrechter van 20 november 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan toegestaan’, verricht op 2 februari 2024, om 09:04 uur, op de Rijksweg (A7) in Drachtstercompagnie, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde betwist dat meer werkende verlichting aanwezig was dan is toegestaan. Gemachtigde stelt dat deze verlichting volgens de regelgeving niet is toegestaan, maar dat voertuigen bij de APK wél worden goedgekeurd wanneer deze verlichting niet werkt, omdat de ‘wijze van keuren’ dit toestaat. Verder voert gemachtigde aan dat de ‘wijze van keuren’ een regelgevende status heeft. Als men de Regeling voertuigen opzoekt op overheid.nl staat de kolom ‘wijze van keuren’ naast de bepalingen. In het Handboek Regeling voertuigen, zoals dat ook op de politieacademie wordt gebruikt, is het volgende opgenomen: “
Zonder meer Wokken heeft dus geen zin. Bij nacontrole wordt het voertuig goedgekeurd als de verlichting niet werkt, lees apart te schakelen is. Dit is natuurlijk ten opzichte van de gebruiker niet uit te leggen. Daarom: bekeuren bij het daadwerkelijk ‘voeren’.(…)” Volgens gemachtigde is bij betrokkene geen sprake van het daadwerkelijk voeren van de verlichting, maar slechts van het apart schakelen daarvan. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Op de foto in het dossier is te zien dat op het dak van het voertuig een stellage is bevestigd, waaraan onder meer zes ronde lampen zijn bevestigd. Deze lampen stralen in het midden wit licht uit in een kruisvormig patroon. Daarnaast blijkt uit de foto dat in de stellage extra lampjes zijn aangebracht, waaronder vijf lampjes die oranje licht uitstralen. Deze verlichting behoort niet tot de toegestane verlichting als bedoeld in de artikelen 5.2.51, 5.2.51a, 5.2.57 en 5.2.57a van de Regeling voertuigen. Omdat duidelijk is dat het voertuig is voorzien van meer verlichting dan is toegestaan en uit de verklaring van de verbalisant volgt dat de gedraging rijdend heeft plaatsgevonden, zijn alle bestanddelen van de gedraging vervuld. [1] De “wijze van keuren” ziet bovendien uitsluitend op de RDW-keuring van een voertuig en niet op het vaststellen van de gedraging. [2] De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
5. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 5.3.65 van de Regeling voertuigen.
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 12 januari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:283.