ECLI:NL:RBNNE:2025:5722
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek wettelijke schuldsanering ondanks niet te goeder trouw zijn
Verzoekster diende op 3 april 2025 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsanering (Wsnp). De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek op 3 december 2025, waarbij verzoekster verscheen met haar schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder. Uit het dossier bleek dat verzoekster een schuldenlast van ruim €63.000,- heeft, waarvan de grootste schuld een oude vordering van de gemeente Leeuwarden uit 2009 betreft. Daarnaast zijn er recente schulden uit 2023 en 2024, waaronder een vordering van het CJIB en een fraudevordering.
De rechtbank constateerde dat verzoekster niet te goeder trouw was in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, omdat een deel van de schulden in die periode is ontstaan. Desondanks paste de rechtbank de hardheidsclausule toe op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro, omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen. Verzoekster heeft haar relatie beëindigd, is onder behandeling voor verslavingsproblematiek, houdt zich aan afspraken en controles, en woont sinds kort onder beschermingsbewind.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een bestendige gedragsverandering en dat de problematiek zich niet zal herhalen. Daarom werd het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toegewezen voor een termijn van 18 maanden vanaf de datum van het vonnis. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en gaf last aan de bewindvoerder voor het openen van aan verzoekster gerichte post.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering wordt toegewezen voor een termijn van 18 maanden ondanks niet te goeder trouw zijn.