ECLI:NL:RBNNE:2025:5703
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord bij prognoseakkoord leidt tot gunstiger resultaat dan WSNP
Verzoekster heeft een prognoseakkoord aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij zij gedurende achttien maanden haar afloscapaciteit spaart. Dit akkoord werd door vrijwel alle schuldeisers geaccepteerd, behalve door verweersters die niet zijn verschenen of gereageerd.
De rechtbank overweegt dat schuldeisers in beginsel vrij zijn om medewerking aan een schuldregeling te weigeren, maar dat een bevel tot instemming slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden gegeven. De inhoud van het akkoord wordt vergeleken met de WSNP, waarbij de kosten van de WSNP aanzienlijk hoger zijn dan die van het minnelijk traject.
Gezien de prognose dat ruim 30% van de schulden wordt uitgekeerd en de lagere kosten in het minnelijk traject, acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat de schuldeisers bij WSNP een beter resultaat behalen. Verweersters hebben geen redelijke grond gegeven voor hun weigering, terwijl de overige schuldeisers en verzoekster belang hebben bij het akkoord.
Daarom beveelt de rechtbank verweersters in te stemmen met het akkoord en verklaart het subsidiaire verzoek tot toelating tot de WSNP als ingetrokken.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweersters in te stemmen met het dwangakkoord omdat dit een gunstiger resultaat biedt dan toelating tot de WSNP.