ECLI:NL:RBNNE:2025:5654
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake arbeidsrechtelijke verplichtingen pgb-houder
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 31 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker een voorlopige voorziening vroeg tegen de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (SVB). Verzoeker maakt gebruik van een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp en vraagt om duidelijkheid over de toepassing van arbeidsrechtelijke verplichtingen die per 1 januari 2026 ingaan.
De SVB kende eerder ziekengeldvergoedingen toe vanwege ziekte van de zorgverlener en handhaafde deze besluiten na bezwaar. Verzoeker stelde dat met het vervallen van de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) per 1 januari 2026 strengere arbeidsrechtelijke verplichtingen gelden, en verzocht de voorzieningenrechter om aan te geven of deze verplichtingen uit het pgb betaald mogen worden en of de SVB een hoger budget beschikbaar stelt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het wetsvoorstel “Aanpassing Regeling dienstverlening aan huis” per 1 januari 2026 in werking treedt, waardoor pgb-houders meer werkgeverstaken krijgen, maar dat de SVB ondersteuning biedt. Er is echter geen spoedeisend belang omdat verzoeker zich tot de SVB kan wenden voor duidelijkheid en niet aannemelijk heeft gemaakt dat de wijzigingen grote gevolgen voor hem hebben.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.