Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 24 november 2025
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
24 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 14 oktober 2025 heeft verzoekster, geboren in 1990 en wonende te [adres], een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en een moratorium op basis van artikel 287b van de Faillissementswet. De rechtbank heeft op 15 oktober 2025 een tussenvonnis gewezen en de behandeling van de zaak verwezen naar een zitting op 17 november 2025. Verzoekster is verschenen met haar schuldhulpverlener, terwijl de verhuurder niet is verschenen. De gevraagde voorziening is gericht op het voorkomen van een ontruiming van de woning op 16 oktober 2025.
Verzoekster heeft aangegeven dat zij een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers probeert te bereiken. De schuldhulpverlener heeft gerapporteerd dat het contact met verzoekster moeizaam verloopt, maar dat de huur voor de maanden oktober en november tijdig is voldaan. Verzoekster heeft problemen met de staat van haar woning, die in slechte conditie verkeert, en is op zoek naar een andere woning. De rechtbank heeft geen kennis kunnen nemen van het standpunt van de verhuurder, die niet is verschenen.
De rechtbank oordeelt dat de gevraagde voorziening noodzakelijk is om verzoekster in staat te stellen in relatieve rust aan haar schulden te werken. De rechtbank heeft vastgesteld dat, ondanks een huurachterstand, de huurbetalingen recentelijk tijdig zijn voldaan. De rechtbank heeft het verzoek toegewezen en een moratorium van zes maanden ingesteld, met voorwaarden voor de voortzetting van de huurverplichtingen. De beslissing tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesteld tot het minnelijk traject is afgerond.