Op 16 september 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe een last onder dwangsom opgelegd aan eiser, waarbij hij verplicht werd een deel van zijn perceel te herbeplanten met bomen voor 1 juni 2026. Indien hij hier niet aan voldoet, kan hij dwangsommen van maximaal € 24.000,- opgelegd krijgen. Eiser is het niet eens met deze last en heeft beroep ingesteld, waarbij hij verschillende beroepsgronden aanvoert. De rechtbank heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat het perceel van eiser niet volledig als tuin kan worden aangemerkt en dat er geen sprake is van dunning of onuitvoerbaarheid van de last. De rechtbank concludeert dat de last onder dwangsom rechtmatig is opgelegd en dat eiser niet kan aantonen dat de grond ongeschikt is voor herbeplanting. De kosten die gepaard gaan met de herplant zijn het gevolg van de kap en de rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat de last onevenredig bezwarend is. Eiser krijgt geen gelijk en het griffierecht wordt niet teruggegeven.